Den Haag,
14
mei
2018
|
16:16
Europe/Amsterdam

Toespraak minister Koolmees bij jaarbijeenkomst van het Kennisplatform Integratie & Samenleving

Minister Koolmees
Als minister van Sociale Zaken, Werkgelegenheid en Integratie zet ik mij in voor een arbeidsmarkt waar je niet wordt beoordeeld op je afkomst en iedereen een rechtvaardige kans krijgt. Of je ouders nou in Casablanca of Capelle aan den IJssel zijn geboren. 
Minister Koolmees

Toespraak van minister Wouter Koolmees (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) bij de presentatie van het Jaarbericht 2017 van het Kennisplatform Integratie & Samenleving op maandag 14 mei 2018 in Den Haag.

Dames en heren, Hans Boutellier,

Dank voor het jaarbericht en de inspirerende inleiding.

Het is terecht dat Hans Boutellier benadrukt dat het bij integratie om samen en werken gaat.

Daarmee slaat hij de spijker op de kop.

Wie met succes wil integreren moet zich actief inzetten,

het is eigen verantwoordelijkheid,

maar dat kan niet zonder een open samenleving,

een samenleving die kansen biedt.

Het is een gemeenschappelijk belang om integratie te laten slagen.

Arbeidsmarkt centraal

Kansen op de arbeidsmarkt zijn daarbij cruciaal.

Werk is een sleutelfactor voor succesvolle integratie.

Niet alleen omdat een betaalde baan je economisch zelfstandig maakt,

maar een baan biedt je ook kansen om je verder te ontwikkelen,

ook omdat je door je werk met anderen in contact komt.

Nieuwkomers krijgen zo de kans om een nuttig netwerk op te bouwen,

en Nederlands te praten op de werkvloer.

Toch dé manier om een taal onder de knie te krijgen.

Werk biedt bovendien de gelegenheid,

om andere mensen beter te leren kennen, persoonlijk te kennen.

En dat is een beproefde methode om meer begrip voor elkaar te krijgen,

en bewuste en onbewuste vooroordelen weg te nemen.

Een werkplek met voldoende diversiteit,

is een A-locatie voor succesvolle integratie.

Afkomst/arbeidsmarktdiscriminatie

Als minister van Sociale Zaken, Werkgelegenheid en Integratie,

zet ik mij in voor een arbeidsmarkt,

waar je niet wordt beoordeeld op je afkomst

en iedereen een rechtvaardige kans krijgt.

Of je ouders nou in Casablanca of Capelle aan den IJssel zijn geboren.

Het is sociaal en economisch ongewenst,

sterker: onacceptabel,

dat het voor Nederlanders met een migratieachtergrond,

lastiger is om een stageplaats of een baan te vinden.

Daar leggen we ons niet bij neer.

Het is onrechtvaardig, frustrerend, als je het gevoel krijgt,

dat je vanwege je afkomst wordt afgewezen.

Dat vergroot ook het maatschappelijk risico van vervreemding en is economisch verspilling van talent.

Dit kabinet staat voor gelijke rechten, gelijke plichten, gelijke kansen, in gelijke gevallen voor alle Nederlanders.

Of je nou Walid of Wouter heet.

Vooruitgang geboekt, maar we zijn er niet

Er is al veel vooruitgang geboekt. Dat hoor je te weinig.

De kinderen en kleinkinderen van migranten uit Marokko en Turkije,

hebben een inhaalslag gemaakt. Zeker in het onderwijs.

Die positieve ontwikkeling mag niet haperen.

Maar daarvoor is meer nodig.

Daarom investeert dit kabinet in onderwijs;

pakken we discriminatie op de arbeidsmarkt aan;

en werken we met het nieuwe programma Verdere Integratie op de Arbeidsmarkt aan een verbetering van de arbeidsmarktpositie van Nederlanders met een migratieachtergrond.

Dat doen we met een mix van maatregelen.

Van het bevorderen van kansen in het beroepsonderwijs tot het bestrijden van vooroordelen bij personeelschefs.

De realiteit is dat het niet lukt om achterstanden van de ene op de andere dag weg te werken.

Dit vraagt om een brede en langdurige aanpak.

Het is nu wel dé tijd om er vaart achter te zetten.

De economie groeit,

de werkgelegenheid neemt toe,

in steeds meer sectoren is er een schreeuwend personeelstekort.

Dat biedt mogelijkheden.

Dat biedt perspectief.

Al is dat voor mij niet genoeg.

Het is prachtig als Nederlanders met een migratieachtergrond profiteren van de zonnige economie en een krappe arbeidsmarkt,

maar het mag geen mooi-weer-voordeel blijven.

Het doel is uiteindelijk niet een conjuncturele winst, maar een structurele verbetering van hun arbeidsmarktpositie.

In economisch goede en slechte tijden.

Inburgeringsstelsel

Het is ook de hoogste tijd om de inburgering van nieuwkomers grondig te verbeteren.

Te veel nieuwkomers blijven te lang in de bijstand.

Ja, de drempels kunnen hoog zijn voor mensen die uit hun eigen land moesten vluchten;

ja, het leren van Nederlands kan knap lastig zijn voor mensen die niet eens in hun eigen taal kunnen lezen en schrijven,

maar nee, dat mag absoluut geen reden zijn om ons er maar bij neer te leggen dat grote groepen nieuwkomers werkloos aan de kant blijven staan.

Meedoen is een must.

Daarom gaat het kabinet de inburgering anders aanpakken.

Intensiveren.

Vóór de zomer kom ik met voorstellen.

Mede aan de hand van overleg met betrokken partijen en een evaluatie van de Wet inburgering, die vijf jaar geleden in werking trad.

Het is in ieder geval de bedoeling de taal-eis aan te scherpen en de aanpak meer activerend te maken.

Gemeenten willen en krijgen een grotere rol, meer regie,

zonder dat de eigen verantwoordelijkheid van nieuwkomers verdwijnt.

Ik loop vandaag niet verder op die voorstellen vooruit,

maar geef hier wel graag mijn uitgangspunten.

Nieuwkomers die voor oorlog en onderdrukking zijn gevlucht,

en met een verblijfsvergunning in Nederland wonen,

laten we niet in de kou en aan de kant staan.

Wie is binnengelaten, mag niet worden buitengesloten.

Zodra is besloten is dat vluchtelingen hier mogen verblijven, is het zaak te zorgen dat ze zo snel mogelijk inburgeren en zelfredzaam zijn.

Van nieuwkomers mag worden verwacht dat ze zich actief inzetten om vanaf dag één Nederlands te leren en een betaalde baan te vinden.

Lukt dat niet direct, dan via scholing of vrijwilligerswerk.

Als investering in eigen toekomst. Om hier optimaal mee te doen.

Voor mij is dat de basis van inburgering en integratie:

wie hier woont, houdt zich vanzelfsprekend aan de wet;

respecteert ieders grondwettelijke rechten en vrijheden;

en zet zich actief in om mee te doen.

Dat zijn geen extreme eisen die we exclusief aan nieuwkomers stellen,

dat verwachten we van iedereen.

Essentieel is dat nieuwkomers en Nederlanders met een migratieachtergrond dan ook de kansen te krijgen om mee te doen en hun talent te tonen.

Dat we samen werken in en aan een diverse samenleving waar iedereen zich thuis en geaccepteerd voelt.

Waar niemand wordt buitengesloten op basis van afkomst, huidskleur, geloof, geslacht of seksuele geaardheid.

Dat vraagt om een open houding. Integreren is moeilijk als iedereen de deur dicht houdt, als we allemaal in onze eigen bubbel blijven leven, als je de grondwettelijke vrijheden verlangt die je anderen niet wil geven.

Verbinding

Dit kabinet staat voor een vrije en verdraagzame samenleving

en kiest voor verbindend beleid.

Om ongewenste tweedelingen te voorkómen en onaanvaardbare kloven te overbruggen.

Ik richt me als minister van SZW daarbij speciaal op de arbeidsmarkt

waar iedereen in gelijke gevallen gelijk moet worden behandeld.

Dat is artikel één van de grondwet en ook primair uitgangpunt voor mijn arbeidsmarktbeleid.

Doelgericht beleid om diversiteit te bevorderen

en discriminatie en achterstanden te bestrijden.

Ik kies daarbij voor maatregelen die zich in de praktijk hebben bewezen; voor methodes die zijn gebaseerd op gedegen onderzoek en verifieerbare feiten.

KIS speelt daarbij een belangrijke rol.

Door kennis op te bouwen en te delen met elkaar.

Juist als het gaat om integratie en inburgering is er vaak sprake van een emotionele discussie,

met soms meer aandacht voor onderbuikgevoelens dan onderzoeksgegevens.

Dat verdeelt meer dan dat het verbindt.

Ik heb oor voor de Nederlanders die zich terecht zorgen maken,

en kom met concrete verbeteringen waar dat nodig is,

maar ik heb ook oog voor al die Nederlanders die gewoon geïntegreerd zijn

en al die Nederlanders voor wie het vanzelfsprekend is dat ze mensen niet op hun afkomst afrekenen.

Allemaal moeten ze zich hier vrij en veilig voelen.

Meer dan ooit is er behoefte aan een nuchtere Nederlandse aanpak.

Met beleid dat in balans is.

Met de focus op werken,

samen werken,

als sleutel tot een succesvolle integratie.

Dank u wel.