Den Haag,
28
april
2020
|
15:13
Europe/Amsterdam

Akkoord SZW en VNG: extra budget invoering nieuw inburgeringsstelsel

Minister Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) en de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) hebben afspraken gemaakt over de financiële en inhoudelijke kaders van het nieuwe inburgeringsstelsel. Gemeenten krijgen 35,2 miljoen euro per jaar extra voor hun taken in het nieuwe stelsel. Daarnaast krijgen ze eenmalig 36,5 miljoen euro voor de invoeringskosten. Zij hebben ook afgesproken hoe de gemeenten hun regierol kunnen verstevigen. De afspraken krijgen brede steun van alle betrokken partijen.

Minister Koolmees: “We werken samen aan een inburgeringsstelsel wat werkt. Inburgeraars moeten zo snel mogelijk meedoen in Nederland: werk en taal zijn daarvoor de snelste route. Gemeenten staan het dichtst bij de mensen waar het om gaat en kunnen daardoor het beste maatwerk leveren. Daarom is dit akkoord een belangrijke stap voorwaarts in de voorbereiding en implementatie van het nieuwe inburgeringsstelsel.”

 

Financiële en inhoudelijke afspraken

Gemeenten krijgen structureel € 35,2 mln. extra voor de taken die zij straks uitvoeren onder de nieuwe wet Inburgering. Dit bedrag komt bovenop de middelen die het kabinet bij het regeerakkoord beschikbaar heeft gesteld en het budget dat in het huidige stelsel al beschikbaar is voor de uitvoering van het nieuwe inburgeringsstelsel. Het nieuwe stelsel gaat op 1 juli 2021 in.

Naast de structurele kosten stelt SZW ook eenmalig € 36,5 mln. beschikbaar voor de invoeringskosten van gemeenten voor het nieuwe stelsel.

Om de regierol van gemeenten te verstevigen zijn over vier onderwerpen inhoudelijke afspraken gemaakt. Het gaat hierbij om de leerbaarheidstoets en termijnen voor het opstellen van het persoonlijk Plan Inburgering en Participatie (PIP), het wisselen tussen de leerroutes, de relatie met het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) en handhaving en prestatiebekostiging.

 

Inburgeraars in het huidige stelsel

Voor de begeleiding van inburgeringsplichtige asielstatushouders die onder het huidige stelsel vallen, wordt vanaf 2021 incidenteel een totaalbedrag van € 25,5 mln. beschikbaar gesteld. Deze middelen zijn bedoeld om een impuls te geven aan de uitstroom van deze inburgeraars.