Den Haag,
02
juli
2021
|
15:55
Europe/Amsterdam

Fout in berekening beslagvrije voet gecorrigeerd

Op 1 januari 2021 is de Wet vereenvoudiging beslagvrije voet in werking getreden. Recent is gebleken dat de beslagvrije voet voor sommige groepen te laag en andere groepen juist te hoog is vastgesteld. Minister Koolmees laat weten dat de berekening per 1 juli weer correct wordt uitgevoerd.

De beslagvrije voet is het deel van het inkomen waar geen beslag op mag worden gelegd door schuldeisers. Mensen met schulden die te maken krijgen met beslag op hun inkomen houden zo voldoende over om de noodzakelijke kosten van hun levensonderhoud, zoals huur, hypotheek en boodschappen, te betalen. Naar nu blijkt is de beslagvrije voet te laag vastgesteld voor mensen die naast hun hoofdinkomen nog andere inkomsten hebben, tot 1.500 euro per maand. In de praktijk betekent dit dat zij een groter deel van hun schulden hebben afgelost, maar minder overhielden om van rond te komen. Het gaat in de meeste gevallen om enkele euro’s per maand, voor enkelen om een bedrag tot 40 euro, in de periode van januari tot juli van dit jaar. Voor mensen met schulden met een inkomen rond bijstandsniveau is de beslagvrije voet in deze periode juist iets te hoog vastgesteld, waardoor zij meer overhielden.

Herberekening mogelijk

De afwijking in de beslagvrije voet kon ontstaan doordat enkele gegevens die nodig zijn voor het vaststellen van de hoogte van de vakantietoeslag niet zijn aangepast bij het ingaan van de wet. Dit is opgemerkt door het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid zelf en gecorrigeerd per 1 juli. Mensen bij wie de beslagvrije voet te laag is vastgesteld, kunnen de beslaglegger vanaf deze datum om een herberekening vragen. Mochten zij in de problemen zijn gekomen door een te lage vaststelling, dan zal de beslaglegger helpen bij het vinden van een passende oplossing. Overigens zijn beslagleggende partijen wettelijk verplicht elke beslagvrije voet na een jaar opnieuw te berekenen.