Den Haag,
18
september
2018
|
15:58
Europe/Amsterdam

In 2019 profiteert vrijwel iedereen van bloeiende economie

Het gaat goed met Nederland. De economie draait op volle toeren en de werkloosheid is op het laagste punt in zeventien jaar. Wie werkloos was en nu een baan vindt, voelt deze economische voorspoed direct in de portemonnee. En met het pakket maatregelen dat het kabinet in haar eerste eigen begroting neemt, zal dit komend jaar voor de meeste mensen gelden: zo’n 96 procent van de huishoudens gaat er in koopkracht op vooruit in 2019.

Minister Koolmees en staatssecretaris Van Ark van Sociale Zaken en Werkgelegenheid schrijven dat vandaag in de beleidsagenda 2019 die met de begroting aan de Tweede Kamer is gestuurd.

In de eerste begroting van dit kabinet staat voorop dat werken meer moet lonen. Ook wil het kabinet dat mensen merken dat de economie volop draait. De belastingtarieven gaan daarom omlaag en de heffingskortingen (de belastingkortingen) omhoog. De belastingschijf waarin de meeste mensen belasting betalen, daalt van 40,85% naar 38,10%. De algemene heffingskorting en de arbeidskorting worden beide met meer dan 100 euro verhoogd. In de zomer zagen de koopkrachtplaatjes er al goed uit. Maar in de aanloop naar Prinsjesdag heeft het kabinet de heffingskorting nog extra verhoogd om de koopkracht te verbeteren voor met name lage inkomens en uitkeringsgerechtigden.

Voor gezinnen trekt het kabinet een half miljard extra uit. De kinderbijslag gaat omhoog: een gezin met twee kinderen op de basisschool krijgt er 150 euro bij. Daarnaast stijgt de kinderopvangtoeslag. Ook gaat de zorgtoeslag voor paren omhoog. Daar staat tegenover dat het lage btw-tarief stijgt van zes naar negen procent. Maar ook al worden sommige boodschappen duurder, door het totaal aan maatregelen zullen de meeste mensen merken dat ze meer over houden. Onderaan de streep hebben huishoudens gemiddeld 500 euro meer te besteden. Waarbij werkenden het meest van de kabinetsmaatregelen profiteren. Ook vrijwel alle gepensioneerden zien een plus. Gemiddeld stijgt de koopkracht 1,5 procent.

De koopkrachtberekeningen worden gedaan op basis van de huidige inzichten over de ontwikkeling van lonen en inflatie. Het kabinet gaat er in de koopkrachtplaatjes van uit dat de lonen omhoog zullen gaan. Mocht de loongroei toch lager uitvallen, dan betekent dat niet meteen dat er geen koopkrachtstijging meer overblijft. De koopkrachtverbetering komt namelijk voor een groot deel door beleid van het kabinet, zowel door de verlaging van de inkomstenbelasting als door de extra ondersteuning voor gezinnen en ouderen. Niettemin geldt zoals elk jaar dat niemand kan voorspellen wat een nieuw jaar precies brengt. Maar uitgaand van wat het kabinet nu kan berekenen en beïnvloeden, zal 2019 voor de koopkracht een zeer positief jaar worden.

Toegankelijke arbeidsmarkt

Toch is er ondanks de bloeiende economie werk te verrichten, schrijven minister Koolmees en staatssecretaris Van Ark. Er staan nog teveel mensen langs de kant. Ouderen, migranten en mensen met een arbeidsbeperking profiteren nog onvoldoende van het economisch herstel. Daarnaast verandert de arbeidsmarkt, sommige regels en instituties knellen. Het kabinet werkt daarom aan een evenwichtiger arbeidsmarkt en toekomstbestendig pensioenstelsel. 

Dit najaar stuurt minister Koolmees de wet Arbeidsmarkt in Balans (Wab) naar de Tweede Kamer, dit pakket maatregelen maakt het voor werkgevers aantrekkelijker om mensen een vaste baan te geven. De Wet invoering extra geboorteverlof (wieg) ligt klaar voor parlementaire behandeling. Deze wet geeft ook de partner van de moeder zorgtijd thuis na de komst van een kindje.

Werk krijgt een centrale plek in het integratie- en inburgeringsbeleid. Het inburgeringsstelsel gaat drastisch op de schop. Doel is dat nieuwkomers meteen aan het werk gaan en ondertussen de taal leren. Gemeenten gaan voor alle inburgeraars een individueel inburgeringsplan maken. Het leenstelsel waarmee nieuwkomers nu nog hun inburgeringscursus inkopen, wordt afgeschaft.

Om mensen met een arbeidsbeperking meer kans op werk te geven is het kabinet een breed offensief gestart. Over de hele linie worden regels vereenvoudigd zodat werkgevers en mensen met een arbeidsbeperking elkaar makkelijker vinden en het voor beide partijen aantrekkelijker wordt samen te werken. Het uitwerken van loondispensatie in de Participatiewet is stopgezet omdat het doel hiermee niet bereikt wordt, namelijk regels vereenvoudigen om de kans op werk te vergroten.

Veel inwoners van Bonaire, Sint Eustatius en Saba hebben moeite om rond te komen. Het kabinet verlaagt daarom de werkgeverslasten daar naar 13,4 procent. Hierdoor kan het minimumloon, en daarmee ook de uitkeringen, met vijf procent extra omhoog.