Den Haag,
29
november
2021
|
18:37
Europe/Amsterdam

Kabinet komt met tijdelijke maatregelen tegen werkdruk en personeelstekorten in de kinderopvang

De kinderopvangsector kampt al langer met een hoge werkdruk en personeelstekorten. Daarom komt het kabinet met maatregelen die op korte termijn meer lucht moeten geven aan de kinderopvangsector. Zo wordt de inzetbaarheid van medewerkers in opleiding per 1 januari 2022 verruimd en wordt bij toezicht en handhaving rekening gehouden met situaties ten gevolge van personeelstekorten. Ook werkt het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) aan het aantrekkelijker maken van het beroep van pedagogisch professional. Dit schrijft demissionair staatssecretaris Wiersma (SZW) vandaag in een brief aan de Tweede Kamer.

Het ministerie van SZW ontving het afgelopen jaar meerdere signalen vanuit de kinderopvangsector over werkdruk en personeelstekorten. Uit recent onderzoek van de sector blijkt dat 71% van de kinderopvangorganisaties een tekort aan personeel ervaart. En bijna 50% van de werknemers ervaart de werkdruk als (veel) te hoog.

Staatssecretaris Wiersma: “De hoge werkdruk en de personeelstekorten in de kinderopvang baren mij al langer zorgen. Pedagogisch professionals doen belangrijk werk in het bieden van kwalitatieve, veilige opvang en de zorg voor onze kinderen. De huidige coronacrisis benadrukt dit. Daarom neem ik in overleg met sector maatregelen die op korte termijn meer lucht moeten geven op de werkvloer. We willen voorkomen groepen moeten sluiten. Ook heb ik bij de sector benadrukt dat goed werkgeverschap essentieel is om werkdruk en personeelstekorten tegen te gaan.”

Maatregelen tegen werkdruk en personeelstekorten

Per 1 januari 2022 verruimt het kabinet voor zes maanden de inzetbaarheid van medewerkers in opleiding. Hierna mag de begeleiding van een groep bestaan uit een volleerde professional samen met een medewerker in opleiding. Zo komt er meer ruimte op de werkvloer. Ook zorgt dit ervoor dat meer medewerkers in opleiding aan de slag kunnen, wat de instroom van nieuwe professionals bevordert.

Daarnaast is met de VNG en GGD GHOR afgesproken dat zij bij toezicht en handhaving rekening houden met situaties door personeelstekorten. Bij verzachtende omstandigheden (denk aan: een werknemer die plots ziek is en niet kan worden vervangen) worden de situaties opgenomen in het inspectierapport, maar hoeft er niet altijd handhaving plaats te vinden. Dat voorkomt sluitingen van groepen voor ouders en boetes voor kinderopvanglocaties.

Tot slot werkt het ministerie van SZW – samen met de kinderopvangsector – aan het aantrekkelijker maken van werken in de kinderopvang. Bijvoorbeeld door het inzichtelijk maken van combinatiebanen (bijv. werken voor een BSO en als onderwijsassistent) om daarmee kleine deelcontracten tegen te gaan (een veel gehoorde klacht in de BSO).

Maatregelen middellange termijn

De bovenstaande maatregelen lossen de problemen in de kinderopvang niet direct op, maar zorgen (tijdelijk) wel voor meer ruimte. Daarnaast blijft het door werkgevers binden en boeien van (nieuwe) medewerkers essentieel om de personeelstekorten in de kinderopvang te verbeteren.

Naast maatregelen op de korte termijn voert het ministerie van SZW intensieve gesprekken met brancheorganisaties over mogelijkheden om de werkdruk structureel te verminderen. Dat gebeurt onder andere met de evaluatie van de wet Innovatie en Kwaliteit Kinderopvang (IKK). Deze wordt naar verwachting medio 2022 met de Tweede Kamer gedeeld.