Minister Koolmees
Polderen is geen elegante pirouette. Polderen is soms ook muddling through, je ergens niet al te charmant doorheen zien te worstelen, zoekend naar gezamenlijk belang, in een waas van onzekerheid.
Minister Koolmees
Den Haag,
07
februari
2018
|
19:30
Europe/Amsterdam

Koolmees bij presentatie van Wim Kok-tapes

Minister Wouter Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid is aanwezig geweest bij de presentatie van de Wim Kok tapes, een interviewreeks met oud-vakbondsleider Wim Kok. In het Internationale Instituut voor Sociale Geschiedenis in Amsterdam heeft Koolmees onderstaande speech gehouden.

IISG Lancering interviewreeks Wim Kok

Minister Koolmees

7 februari 2018

Dames en heren,

“Nee zeggen omdat het zo welluidend klinkt is misschien wel attractief, maar niet goed genoeg om uiteindelijk ook voldoende steun te verwerven om het roer over te nemen.”

Een mooi staaltje ‘Kokspraak’ om het zo maar te zeggen,

waar u vanavond vast vaker op wordt getrakteerd.

De woorden laten een nuchterheid zien,

die de eregast van vanavond,

én ons land,

op het lijf zijn geschreven.

Dames en heren,

Het is een eer dit bijzondere diner af te mogen trappen.

Ik kan me voorstellen dat iedereen een ander, persoonlijk gevoel heeft bij deze avond.

Dat heb ik ook.

Daarvoor moeten we wat terug in de tijd.

Toen mijn politiek bewustzijn als puber begon te groeien,

in een tijd van nieuw optimisme:

Ik heb het over de val van de Muur.

Het einde van de Koude Oorlog

En wat dichter bij huis: de komst van de kleur Paars.

Die periode voelde als een bevrijding.

Alles leek opeens mogelijk.

In dat licht groeide ook mijn bewondering voor de eregast van vanavond.

De premier van Nederland,

de koning van de polder,

en tegelijkertijd de verpersoonlijking van dat typisch Nederlandse ‘Doe maar gewoon’.

In 1996 begon ik aan mijn studie Sociale en Institutionele Economie.

Die studie gaat over hoe instituties,

zoals vakbonden en werkgevers,

onze economie kunnen beschermen en stimuleren.

In die periode verknoopte de geschiedenis zich met de politieke realiteit van toen,

en kwamen voor mij twee mijlpalen samen:

Terwijl ik met mijn neus in de boeken het Akkoord van Wassenaar bestudeerde, nam Nederland onder mijn neus een nieuwe afslag.

Eén waarin de kleuren blauw en rood zich verder vermengden,

mét een vleugje D66-groen,

én daarbij de overlegeconomie samenkwam met de nieuwe economie.

De gemene deler?

  • Twee bijzonder lastige periodes in de naoorlogse geschiedenis;

    van die momenten waarin er écht wat moest gebeuren.

  • En twee keer stond Wim Kok daar aan het roer.

Het was de manier waarop hij dat deed,

die me intrigeerde.

Wim Kok omschreef het zelf als:

 “Het verantwoord begeleiden van onvermijdelijkheden.”

En:

“De kunst van het haalbare.”

Voor mij is dat een wijze les:

de combinatie van een scherp oog voor de tijdgeest,

mét behoud van het waardevolle sociale contract,

dat er onder ligt.

Je kunt niet enkel vastklampen aan het moois dat je in het verleden hebt opgebouwd.

Want als je dat doet,

verlies je uiteindelijk alles.

Die periode liet me ook iets zien over het poldermodel zelf.

Want hoe waardevol dat model ook is,

het blijft alleen in leven met een tegengeluid.

Je hebt een uitdager nodig om je bij de tijd te houden.

Dan heb ik het allereerst over de tijdsgeest zelf,

die verandert en nieuwe vraagstukken opwerpt.

Maar ik heb het ook over nieuwe denkers,

die met een frisse blik zeggen,

dat het misschien ook wel anders kan.

En er is politieke moed voor nodig,

om die uitdagers in de ogen te kijken,

en samen naar de oplossing te zoeken.

Wat is politieke moed?

Dames en heren,

Over die moed wil ik het vanavond verder hebben.

Over wat het is,

en waarom we het nodig hebben.

Vroeger, maar ook nu.

Want het verleden is er niet alleen om te bejubelen.

“Ik wil geen monument worden van de vakbond,” zei Wim Kok.

Hij voelde toen dat het tijd was om te vertrekken.

Het grappige is dat de interviewreeks die vandaag gelanceerd wordt,

an sich een monument is,

niet alleen van Wim Kok als vakbondsleider,

maar ook van een bijzondere periode in de Nederlandse geschiedenis.

Mijn complimenten voor de makers,

Leonard Ornstein en Dennie Oude Nijhuis.

En uiteraard ook voor het Internationale Instituut voor Sociale Geschiedenis,

die deze interviewreeks mogelijk maakte.

Dames en heren,

Moed heeft vele verschijningsvormen:

  • De moed om niet in een hokje te passen.

  • De moed om een nieuwe weg in te slaan,

zonder dat je precies weet waarheen.

  • De moed om fouten te maken en later toe te geven.

Het zijn stuk voor stuk van die tegeltjeswijsheden,

  • waarbij we allemaal knikken,

  • en die we allemaal delen op social media,

  • om vervolgens allemaal weer over te gaan tot de orde van de dag.

Over moed moet je het niet hebben,

je moet het ‘gewoon’ tonen,

zonder er al te veel aandacht aan te schenken.

En dat heeft Wim Kok, in mijn ogen, gedaan,

als vakbondsleider én als bewindsman.

Want of je nu het Akkoord van Wassenaar tekent,

of met je kabinet een derde weg inslaat,

je begint aan een pad waarvan je het eindpunt niet ziet.

Hoe groot de effecten van dat Akkoord van Wassenaar

ook waren,

het ging om niet veel meer dan een velletje papier met wat handtekeningen erop,

getikt op een oude typemachine.

Vager dan dat kon bijna niet.

Op dat moment was de toekomst nog onbeslist.

En toch werd een enorme stap gezet.

Daarvoor was vertrouwen nodig. Van alle partijen.

In de woorden van de heer Kok:

“Je moest proberen zoveel mogelijk zekerheid te krijgen dat het akkoord naar letter en geest in bedrijven en bedrijfstakken zou worden uitgewerkt.”

Maar zeker in de ogen van de achterban,

was het nog maar de vraag of het zou werken.

Terwijl werkgevers direct profiteerden van de loonmatiging,

was het niet duidelijk of er ook echt meer werk zou komen.

Maar in een tijd,

  • waarin bedrijven bij bosjes neervielen,

  • de werkloosheid verdubbelde,

  • En Nederland internationaal bekend stond door de “Dutch Disease”

moest er echt wat gebeuren.

Het waren de uitdagers van 1982.

Wim Kok pakte de handschoen op,

door een handtekening te zetten,

waarmee je geen vrienden maakte in vakbondsland:

Het Akkoord van Wassenaar.

De heer Kok zei het iets diplomatieker:

“Ik wist dat de beslissing slechts langzaam door de tijd zou worden bevestigd.

Maar dat was de eerste keer dat ik voelde dat je soms verantwoordelijkheden moet nemen,

ook al zijn er bij de mensen die het betreft ongelooflijk veel reserves en onzekerheden.”

Het maakte van Wim Kok zelf een uitdager, die met een frisse blik liet zien dat het ook anders kon.

Ook later, toen hij minister van Financiën werd,

en daarna premier,

moest hij moeilijke beslissingen nemen.

Wim Kok voerde een streng bezuinigingsbeleid,

gericht op het op orde brengen van de overheidsfinanciën.

En het bij de tijd brengen van de Nederlandse economie en welvaartsstaat.

Dat werd hem niet altijd in dank afgenomen.

Maar het was altijd koersvast.

Als je terugkijkt naar het verleden zie ik een consistente lijn van staatsmanschap:

Niet meewaaien met anderen,

maar doen wat nodig was om verder te komen.

De kunst van het haalbare.

Politieke moed nu

Dames en heren,

Hier stopt mijn lofrede over toen.

Ik wil het met u hebben over het nu.

Want ook nu, liggen er grote uitdagingen in de polder.

En ook nu denk ik dat we wel stappen vooruit kunnen zetten,

zonder dat we op de komma nauwkeurig weten wat de uitkomst is:

  • Ik heb het over de noodzaak om te investeren,

    in duurzame inzetbaarheid van mensen.

  • Ik heb het over stappen naar een toekomstbestendig pensioenstelsel,

  • en het dichten van de kloof tussen flex en vast werk.

En ja, dan is samenwerken geboden.

Ik geloof in de polder als instituut,

die het algemeen belang kan dienen.

Maar ook vertrouwde instituten,

moeten meegaan met de tijd om relevant te blijven.

Bijvoorbeeld door een vernieuwde vorm van samenwerken.

Vanuit dit besef heb ik in december mijn aanpak gepresenteerd,

en met sociale partners en de Kamer besproken.

Het is een aanpak langs vijf routes,

met verschillende versnellingen,

oplossingen, en samenwerkingsverbanden.

Want vraagstukken beantwoorden doe je niet alleen met de juiste antwoorden,

maar ook met het juiste proces. En met draagvlak.

Daar kan de heer Kok over meepraten!

Maakt u zich geen zorgen:

ik ga die routes vandaag niet allemaal met u aflopen.

Maar wel wil ik stilstaan bij de rode draad:

de noodzaak om de uitdagingen van deze tijd,

in de ogen te kijken.

Natuurlijk zullen we niet overal gezamenlijk uitkomen.

Het kabinet zal dan zijn verantwoordelijkheid moeten nemen.

Met deze aanpak wil ik voorkomen dat beleid stagneert.

Maar minstens zo belangrijk:

ik hoop en verwacht dat we zo het vertrouwen weer kunnen opbouwen.

Dat wil ik bijvoorbeeld doen,

door een gezamenlijke oriëntatie op de toekomstige arbeidsmarkt.

Voor de liefhebbers, dat is route 1 van mijn arbeidsmarktaanpak.

Ik heb het over ontwikkelingen die een grote vlucht nemen, zoals robotisering en digitalisering,

maar ook individualisering.

Zeg maar de uitdagers van nu, die ons recht in de ogen kijken.

Kernvraagstukken zijn hier:

Welke betekenis hebben die grote ontwikkelingen voor de arbeidsmarkt?

En voor werknemers en werkgevers op die markt?

Hoe zoek je mensen? Hoe vind je ze?

Welke skills moeten werkenden hebben,

en blijven die wel jarenlang hetzelfde?

Hoe halen mensen gezond hun pensioen,

bij een oplopende AOW-leeftijd?

Het zijn wederom grote vragen waarop we antwoorden moeten zoeken.

Er ligt een handschoen om op te pakken.

Met een gezamenlijk belang in het vizier.

Dat gezamenlijke belang zie ik hier ook echt:

Aan de ene kant richt de vakbond zich sterk op duurzame inzetbaarheid en vaardigheden van werkenden.

Aan de andere kant hebben werkgevers onlangs,

in hun arbeidsvoorwaardennota 2018,

het belang van investeringen in duurzame inzetbaarheid benadrukt.

Ik zie hier lijntjes die,

wat mij betreft met steun van het kabinet,

samen zouden moeten kunnen komen.

Een uitgelezen kans voor de polder om de handen ineen te slaan.

Dames en heren,

Polderen is geen elegante pirouette.

Polderen is soms ook muddling through,

je ergens niet al te charmant doorheen zien te worstelen,

zoekend naar gezamenlijk belang,

in een waas van onzekerheid.

Werkgevers én werknemers.

Wim Kok bekeek dat gedeelde belang heel nuchter:

Werkgevers? Oh dat is een andere partij die je nodig hebt,

en die jou nodig heeft,

want stabiliteit is ook een ondernemersbelang.

In die zoektocht wist hij als geen ander de verbinding te zoeken met anderen.

En ook dat is natuurlijk actueel.

Net als moed,

is verbinden een woord dat vaak wordt benoemd,

maar ondergebruikt is.

Wim Kok verbond en verbindt in stilte.

Niet als man van weinig woorden.

Ik begrijp dat er maar liefst 16 uur aan interviewmateriaal

te zien is.

Wat ik bedoel is dat hij er geen reuring aan gaf.

Nu ja, alleen achteraf.

In zijn woorden:

“Ik ben sterker in het zoeken naar wat mensen bindt,

dan in het scherp accentueren wat mensen scheidt.

Dat leidt zonder twijfel tot een zekere grijsheid, omdat ik weleens teveel de neiging heb de juiste elementen in de redenering van de ander te zien.”

Zo verbond Wim Kok groepen die diametraal tegenover elkaar stonden.

Ja, groepen die elkaars bloed soms wel konden drinken.

Vakbonden, werkgevers, politiek.

Maar ook vakbonden onderling.

Tekenend in dat opzicht is de manier waarop hij van onze polder een exportproduct wist te maken:

Toen hij in 1997 afreisde naar de Top van 8 in Denver,

stond hij daar niet met een opgeheven vingertje,

en was hij daarnaast vol lof over de Nederlandse vakbeweging én over zijn voorganger Lubbers.

Niet alleen de boodschap,

maar ook de boodschapper zelf maakte indruk.

Draagvlak zoek je door te verbinden.

Geen wonder dat Clinton het poldermodel bestempelde als groot succes.

Slot

Dames en heren,

We leven in het tijd van op je strepen staan.

Van belangen en van identiteit.

Van deuren die dichtklappen op social media,

in de polder, en in de rest van het land.

Ook ik houd van duidelijkheid.

Maar misschien is er soms wel wat meer relativerende Kokspraak nodig,

en wat meer vertrouwen dat het goed komt.

En de recente geschiedenis laat zien dat het ook anders kan.

Want een aantal maanden geleden,

was de voltallige polder in Argentinië op werkbezoek.

Een aantal SZW-ambtenaren was daarbij aanwezig.

En ja, het viel hen toch wel op:

Terwijl we elkaar het leven soms best moeilijk maken in onze eigen polder,

was het koek en ei op de pampa’s van Argentinië.

De polderaars spraken vol trots over dat mooie Hollandse landschap van gedeeld belang.

Over wat het ons oplevert, en wat daarvoor nodig is:

  • Begrip en respect voor elkaars positie,

  • in combinatie met een flinke dosis pragmatisme,

  • in de wetenschap dat je elkaar altijd weer tegenkomt.

De polder als exportproduct is nog springlevend!

Het zou me niet verbazen als in Argentinië binnenkort ook een monument oprijst,

zo laaiend enthousiast was iedereen daar.

Maar laten we dan in Nederland het poldermonument ook weer wat afstoffen en oppoetsen.

Door stille verbinders,

die de handschoen oppakken van de uitdagers van nu.

Met de moed om samen die stap vooruit te zetten.

En met een realiteitszin,

die het startpunt van deelbelang overstijgt.

Of, zoals Wim Kok dat mooi zei:

“Splijten is nooit moeilijk, binden is een opgave.”

Dank u.