Den Haag,
12
november
2018
|
16:43
Europe/Amsterdam

Koolmees blikt vooruit op Netwerkdag SZW

"Honderd jaar werk en sociale zekerheid laat zien dat de beste, meest duurzame plannen voor de toekomst voortkomen uit een combinatie van feiten, draagvlak, timing en commitment." Dat zei minister Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid vandaag op de Netwerkbijeenkomst SZW in de Fokker Terminal in Den Haag. Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid bestaat dit jaar 100 jaar en daar stonden minister Koolmees en staatssecretaris Tamara van Ark samen met een aantal partners van SZW bij stil. Minister-president Mark Rutte, die zijn loopbaan als bewindspersoon ooit begon bij SZW, was als net als andere oud-bewindspersonen bij de netwerkdag aanwezig. In de toespraak die minister Koolmees gaf, blikte hij niet alleen terug, maar keek hij ook nadrukkelijk vooruit. Hij sprak onder andere over de maatregelen uit de onlangs gepresenteerde Wet arbeidsmarkt in balans, die verschillen tussen vast en flex moet verkleinen, en over de commissie van experts uit verschillende vakgebieden die Koolmees vorige week heeft benoemd en die eind volgend jaar met adviezen voor de toekomst van de arbeidsmarkt gaat komen.

Dames en heren,

Heel fijn u hier allemaal te zien. Vorig jaar was ik net begonnen toen ik hier voor u stond. Inmiddels ben ik alweer een eenjarige op dit honderd jaar oude departement.

Op de tweede rij zie ik een aantal bekende gezichten. Piet-Hein Donner, Jetta Klijnsma, de ‘De Vriezen’, Ad Melkert…. Hartelijk welkom. Ook zij hebben een periode van die honderd meegemaakt op het ministerie van SZW. Nu ja, een periode… Ze zijn er nog steeds kind aan huis, en ik kijk ze nog elke dag in de ogen.

Wie wel eens op het ministerie SZW komt, weet waar ik het over heb. Op de vijfde verdieping van ons kantoor hangt een eregalerij van fotoportretten, Een indrukwekkend lijstje van oudgedienden als Lely, Drees en Den Uyl tot aan recentere voorgangers als Klijnsma en De Krom. En als je daar langsloopt bekruipt je een beetje het gevoel van Harry Potter’s Hogwarts School of Witchcraft and Wizardry. Hun priemende ogen bewegen nog nét niet van links naar rechts, maar ze wijzen mij wel elke keer fijntjes op de nalatenschap van de personen achter die ogen.

Uiteraard kijk ik uit naar het moment dat ik daar zelf omlijst hang, en over honderd jaar de nieuwkomers op het departement doordringend aankijk. Maar voor nu kijk ik u elke dag even aan als ik langsloop.

Dames en heren,

Over de toekomst gesproken. Graag heb ik het vandaag met u over de toekomst van werk. En ik start graag met wat wijze woorden: Ik hoop dat het over 20 jaar veel beter gaat met onze aarde.

Dat vertelde Elif Akdogan ons onlangs. Zij zit in groep 8 van Basisschool Onze Wereld. Het ministerie SZW vroeg Elif en andere kinderen onlangs advies, over hoe zij denken dat de toekomst eruit gaat zien. Ik vond Elif’s advies waardevol. Het laat heel simpel zien wat wij als volwassenen óók graag willen, zonder de beren op de weg, die we er graag bij praten. Maar het geeft nog geen antwoord op de vraag hoe we daar gaan komen. Over die toekomstvraag wil ik het vandaag met u hebben. Wat weten we eigenlijk over de toekomst, en hoe kunnen we ons daarop voorbereiden?

Als denkrichting voor deze vragen is het advies van klasgenoot Irem Gunes even waardevol als de wensgedachte van Elif. Irem zegt namelijk dat ze helemaal niet weet hoe de toekomst eruit gaat zien. In haar woorden: er zijn ontelbare factoren die een rol spelen. En daarom is het onmogelijk dat je precies weet wat er over twintig jaar gebeurt.

Zelf krijg ik de vraag ook vaak voorgeschoteld: Hoe ziet de wereld er straks uit, en wat ga ik er aan doen om te zorgen dat het dan allemaal beter gaat? Weliswaar niet de ganse wereld, maar wel over de hele Nederlandse arbeidsmarkt. De vragenstellers kijken vaak wat beteuterd als ik me bij Irem aansluit, en zeg: Ik heb geen glazen bol, en weet vooral een ding zeker: er zijn ontelbare factoren die bijdragen aan een onzekere toekomst.

En sommige vragenstellers kijken ook wat beteuterd als ik niet meteen op de proppen kom met een ‘projectplan toekomst’, dat garandeert dat we de dag van morgen volledig naar onze hand kunnen zetten. Ik geloof daar niet in.

Al zie je ze tegenwoordig volop. Instant visionairs die hun actieplan voor de toekomst à la minute paraat hebben. Je komt ze helaas niet alleen tegen op verjaardagsfeestjes, maar je ziet ze ook op het politieke toneel. Zij geven hun adviezen bijna even snel als zo’n waarzegapparaat op de kermis, waar je een euro ingooit, en er een papiertje uitkomt met toekomstraad.

Ik heb het over Brexiteers die grootse vergezichten verkondigen, om vervolgens pijlsnel het politieke toneel te verlaten. Ik heb het over Amerikaanse verkiezingsspotjes die ons waarschuwen voor een karavaan vluchtelingen die Amerika binnendendert.

Maar ook als het gaat om de arbeidsmarkt hoor ik die doembeelden volop. Robotangst, bijvoorbeeld. Dat leefde vooral een aantal jaren geleden. Robots zouden al het werk van ons overnemen. Maar nu blijkt dat dit doemscenario niet klopt.

En ik ben blij dat dit laatste ook naar voren is gekomen tijdens de dialoogsessies die SZW het afgelopen jaar heeft gehouden, en tijdens het panelgesprek net in de zaal. De meeste mensen zien robotisering als kans, uitdaging, maar niet als groots probleem.

Je hebt niks aan daadkracht, als deze niet op feiten is gebaseerd. En die ronkende toekomstplannen laten vaak ook niet de keerzijde zien: als je A doet, dan krijg je ook B, wellicht als ongewenst bijeffect.

De tweede manier van toekomstdenken, die je ook vaak ziet, staat hier lijnrecht tegenover. Het is die van een moderne Jules Verne, die op een ouderwetse Chesterfieldbank ruim de tijd neemt om te filosoferen over het moois of het akeligs dat ons in 2038 te wachten staat, maar daarbij vergeet om uit het raam te kijken naar ontwikkelingen die nu op ons afkomen.

Jules komt weliswaar met de prachtigste vergezichten over zelfrijdende auto’s, maar weet geen oplossing voor het huidige fileprobleem. En ook zijn ideeën over alleskunnende robots lossen de huidige krapte op de arbeidsmarkt niet op.

En geen misverstand, ik ben een groot fan van Jules Verne. Ik heb al zijn boeken gelezen. Maar met alleen een blik op morgen, los je de problemen van vandaag niet op.

Honderd jaar werk en sociale zekerheid laat zien dat de beste, meest duurzame plannen voor de toekomst voortkomen uit een combinatie van feiten, draagvlak, timing en commitment. Die plannen zijn nooit à la minute. Soms zou je wel wat sneller willen gaan, maar ze zijn nooit à la minute. Denk aan de AOW, waar we meer dan tien jaar over hebben gesproken en waar we zorgvuldig onderzoek naar hebben gedaan. Maar ook als het gaat om pensioenen gaan we niet over één nacht ijs, om maar eens een understatement te gebruiken. Dat laat het verleden zien, en ik durf de stelling aan dat de gesprekken die we nu voeren, bijna een complete ijstijd in beslag nemen!

Goede voorbereiding bestaat uit daadkracht die op feiten is gebaseerd, waarbij we oog hebben voor zowel dichtbij als ver weg. Om met dichtbij te beginnen, wat je ziet is dat de arbeidsmarkt de laatste tijd enorm is veranderd, en dat op dit moment groot onderhoud nodig is om het huidige systeem goed te laten werken. Soms bereiken de huidige regels zelfs het omgekeerde, als het gaat om mensen zekerheid te geven.

Zo zijn de verschillen tussen vast- en flexwerk te groot geworden, waardoor sommige mensen in flexposities vast komen te zitten in hun loopbaan. Daarom heb ik vorige week een pakket maatregelen gepresenteerd dat de verschillen tussen vast en flex verkleint. Hiermee kunnen werkgevers mensen makkelijker een vaste baan bieden, terwijl ook flex mogelijk blijft.

De moeite die het kost om dit onderhoud uit te voeren, geeft een duidelijk signaal af: De arbeidsmarkt piept en kraakt. De volgende keer kan het zijn dat zo’n opknapbeurt niet meer voldoende is. Daarom moeten we ons nu voorbereiden op straks, zodat we over een aantal jaar niet met ons handen in het haar zitten en de toekomst maar op ons af laten komen. We moeten dus nu het denkwerk verrichten over welke aanpassingen straks nodig zijn. En we moeten onszelf de vraag stellen of de principes en instituties uit het verleden nog wel passen bij de ontwikkelingen van nu en morgen.

Neem de arbeidsovereenkomst zelf. Hieraan zijn rechten en plichten verbonden die een gelijk speelveld moeten creëren en de werknemer moeten beschermen tegen een ongelijke machtspositie. Deze regels zijn echter opgesteld in een tijd van grootschalige massaproductie, en een chef als baas.

De veranderende arbeidsmarkt roept wezenlijke, maar ook moeilijke vragen op: passen de regels nog bij de werkpraktijk? Wie verdient bescherming? Wie is solidair met wie? Of, nog wat lastiger: biedt het arbeidsrecht nog wel de bescherming die we mensen willen geven?

En ik vind dat we deze vragen niet langer voor ons uit kunnen schuiven, juist omdat de arbeidsmarkt wél voortbeweegt. Daarom heb ik een commissie gevraagd om na te denken over vragen die de toekomst van de arbeidsmarkt raken en te bekijken wat dit betekent voor ons beleid: Moeten we onze regels aanpassen en zo ja op welke manier dan?

Hier kan je alleen een antwoord op vinden, als je het breed aanpakt. Vandaar dat ik experts uit alle verschillende vakgebieden bij elkaar heb gezet. Ik vind het ontzettend belangrijk dat de commissie met concrete voorstellen komt. Die hoeven, eendachtig met mijn timing-punt van net, niet morgen meteen te worden ingevoerd; sommige veranderingen hebben tijd nodig. Maar het zijn wel voorstellen die ons handvatten geven om nu al een stap verder te zetten in ons denken en ons beleid. En ze helpen ook om aan te geven wat de plussen en minnen zijn van de beslissingen die we nemen. Dat zijn wij als politici verplicht. Mensen hebben niks aan kermispapiertjes vol valse beloften en ongegronde angsten.

Het is nu te vroeg voor mij om te zeggen hoe de plannen voor de toekomst eruit gaan zien. Maar gebaseerd op de gesprekken die ik voer met mensen uit het veld, en ook uit de ideeën die voortkomen uit de dialoogsessies, vallen me wel een paar zaken op. Dat wensen over werk veranderen. Dat mensen behoefte hebben aan flexibiliteit om het leven te leiden dat zij willen leiden, maar dat ze nu vaak in een mal worden gegoten, waarin ze zich niet thuisvoelen en die nogal strak zit. Maar die mensen willen ook enige zekerheid over hun werk en hun toekomst:

De wensgedachte van Elif, dat het straks mooier en beter wordt. Het zou ons denkwerk over de toekomst zeker ten goede komen als we dat meenemen. Laten we ons niet beperken tot de structuren, instituties en hokjes die we al hebben gecreëerd, maar echt out-of-the-box brainstormen, zodat de vertrouwde waarde van zekerheid ook toekomst heeft in 2038, in welke vorm dan ook.

Dank u wel!