Den Haag,
21
november
2019
|
19:30
Europe/Amsterdam

Koolmees: dé zzp'er bestaat niet, dé werknemer ook niet

Samenvatting

"Ons stelsel is over zijn houdbaarheidsdatum heen," zei minister Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in zijn speech op LabourLawLands. Op dit grote arbeidsrechtcongres schetste hij het beeld van de Nederlandse arbeidsmarkt anno 2019. Achter de mooie werkgelegenheidcijfers gaat volgens hem namelijk een onlogisch systeem schuil. Sommige mensen doen exact hetzelfde werk, maar onder heel andere constructies. En omgekeerd worden zzp'ers door de wetgever precies hetzelfde behandeld, maar het werk dat zij doen kan enorm uiteenlopen. Dat is vreemd, zei hij. Maar die verscheidenheid aan contracten en arbeidsrelaties zorgt ook voor onbedoelde concurrentie tussen werkenden onderling. En het zorgt ervoor dat mensen aan de onderkant van de arbeidsmarkt kwetsbaar zijn, dat mensen aan de bovenkant een steeds sterkere positie krijgen, en dat de mensen in het midden zich steeds onzekerder gaan voelen. Met als resultaat een kloof tussen de cans en cannots.

Dit zijn urgente problemen, volgens Koolmees. Daarom is hij nu al stappen aan het zetten op het vlak van onder meer leven lang ontwikkelen en zzp-wetgeving. En hij wil de komende periode de langlopende discussie beslechten over de vraag voor welke klus een zzp-er kan worden ingehuurd en voor welk werk een werknemer. Koolmees: "Maar dat zijn aanpassingen binnen ons huidige systeem. Op de lange termijn is dat niet genoeg." Hij wil hij een open gesprek gaan voeren over de arbeidsmarkt, met werk als uitgangspunt. Hoe goed willen we werkenden beschermen? Willen we iedereen onder één systeem hebben, of zijn er toch goede redenen om een onderscheid te maken? En vinden we dat iedereen solidair moet zijn met iedereen, of zien we een goede reden om dat niet te doen? "Het gesprek moet opengebroken worden. Onze poldergeschiedenis laat zien dat dat kan," aldus Koolmees.

Gesproken woord telt.

In de programmering stond op dit tijdstip lange tijd de aankondiging ‘mystery guest’. Ik voel me enorm vereerd. Bij een mystery guest hoort natuurlijk een surprise act. Maakt u zich geen zorgen, geen zang of dans, wél een gedachtenspel. ‘Zoek de verschillen’. Ik vraag u enkel een situatie te observeren, zonder emotie.

Drie mannen op een rij. Ze dragen precies hetzelfde blauwe overall. Ze maken precies dezelfde armbewegingen. Omhoog en naar beneden. Ze zijn er tegelijk mee begonnen en houden er tegelijk mee op. Wat is het verschil tussen deze drie heren? Nu denkt u misschien: makkie! Helaas.

Het echte verschil is niet met het blote oog te zien. Ik heb me er zelf over verbaasd, tijdens mijn bezoek samen met de Inspectie SZW, aan een glastuinbouwbedrijf in het Westland. Daar stonden ze namelijk. Tomatenplukkers, wel meer dan drie. Ze beginnen hun werk op hetzelfde tijdstip, eten tegelijk hun broodje en gaan ook samen weer huiswaarts. En aan het einde van de dag hebben ze ongeveer hetzelfde aantal tomaten geplukt. Maar toch hebben ze een ander ‘label’. ZZP’er. Uitzendkracht. werknemer. Want de baas had zijn personeel écht overal vandaan geplukt…

Ook als je deze beelden rustig en objectief observeert, zonder emotie of waardeoordeel, kan je niet anders concluderen dan dat er hier iets niet klopt. Zelfde handelingen, maar toch een ander hokje in ons stelsel van werk.

Gelijke monniken, ongelijke kappen.

Parkeer deze gedachte.

Want ik leg u graag nog een ander beeld voor. Weer met een rijtje mensen. Voor u staan nu een schilder, een ICT’er, een maaltijdbezorger. Wat is de overeenkomst tussen deze mensen? Ook deze vraag beantwoord je niet door louter naar de buitenkant te kijken. Deze mensen hebben andere banen, andere inkomsten, andere levens. De een weet alles van de beste verf, de ander van de lastigste algoritmes of van de kortste routes. De een verdient het minimumtarief, de ander heeft een salaris van boven de ton. De een werkt buiten, de ander op kantoor of aan de keukentafel.

Overeenkomsten tussen deze drie lijken ver te zoeken. Ander werk. Andere levens. Andere situatie. Maar toch dezelfde constructie, het zijn allemaal zzp’ers.

Ongelijke monniken met een gelijke kap.

Het is niet logisch.

Vanuit deze twee gedachten start ik graag mijn verhaal. Over hoe ik naar de arbeidsmarkt kijk en de richting die we op moeten. De beelden die ik u schets laten iets heel menselijks zien. De drang om het overzichtelijk te houden. Je bent of voor zwarte Piet, of je bent tegen. Je bent een klimaatgekkie of een klimaatontkenner.

Met datzelfde mechanisme delen we onze arbeidsmarkt in. Dé werknemer. Dé uitzendkracht. Dé zzp’er. En zo lees je het ook regelmatig in de media:

  • Dé zzp’er is het zat.
  • Dé zzp’er moet beschermd worden.
  • Dé zzp’er wil vrijheid.

En als je dat zo rustig en objectief observeert, zonder emotie of waardeoordeel, kan je niet anders concluderen dan dat er ook hier iets niet klopt. Want hoe kan je een ZZP’er tegelijk meer beschermen én meer vrijheid bieden?

We zijn gaandeweg dingen normaal gaan vinden, die dat van een afstandje bezien helemaal niet zijn. Dé ZZP’er bestaat dan ook niet. De werknemer trouwens ook niet.

Mensen zijn niet hun contract. Zo zwart-wit is het niet.

Je kunt ook op een andere manier kijken naar de arbeidsmarkt. Achter de overzichtelijke indeling van werknemer en zzp zijn wel degelijk grove lijnen te zien.

  • Met aan de onderkant mensen die in allerlei constructies werken en kwetsbaar zijn;
  • aan de bovenkant mensen met een sterke positie;
  • en in de middengroepen mensen die zich door alle ontwikkelingen steeds onzekerder voelen over hun toekomst.

Met andere woorden, een zorgelijke kloof. De kloof tussen de cans en de cannots.

De cans kent u wel. Ze staan er goed voor in het leven. Een goede opleiding, een goede gezondheid, een goed netwerk, ga zo maar door. Voor hen biedt de huidige situatie vooral kansen: hun goede onderhandelingspositie biedt ruimte om te komen tot een werkvorm die nòg beter bij hen past. De cans dat bent u.

Maar er zijn ook mensen die een andere arbeidsmarkt ervaren. De cannots. De mensen met gezondheidsklachten, met een matig netwerk of die we ‘te oud’ vinden. Die in flex na flexcontract blijven hangen. Of hard werken maar nog nauwelijks boven bestaansminimum uitkomen.

En tussen deze kloof door schemert de onbedoelde concurrentie. Tussen werknemer en zzp. Tussen MKB en zzp. Maar ook tussen zzp’ers onderling.

Zo sprak ik vorig jaar bijvoorbeeld een cameraman. Hij is goed in zijn werk, veelgevraagd, maar vertelde dat hij soms te duur wordt gevonden omdat zijn concurrenten zich niet verzekeren tegen arbeidsongeschiktheid.

Steeds minder mensen passen zo niet meer in ons systeem, of eigenlijk: ons systeem past veel werkenden niet meer.

De oorzaak is niet makkelijk aan te wijzen. Net zo min als dat de ZZP’er niet bestaat, bestaat dé trend van de ZZP’er ook niet. Globalisering, robotisering, individualisering, vergrijzing. Grijsgedraaide woorden, zó vaak zijn ze gebruikt. Onder deze containerbegrippen zitten veel factoren die de arbeidsmarkt enorm ingewikkeld voor ons maken. Ik noem er vijf:

  1. Technologie leidt tot meer dynamiek in de economie, en op termijn tot herverdeling van werk. Banen verdwijnen, en er komen banen bij – maar niet altijd voor dezelfde mensen.
  2. Technologie heeft ook een andere invloed: het maakt nieuwe werkvormen mogelijk, en biedt daardoor ook kansen voor arbitrage tussen regimes. Denk bijvoorbeeld aan de driehoeksverhouding ‘bezorger- sushi-restaurant – het platform voor bezorgdiensten.
  3. Globalisering maakt goedkopere productie mogelijk, maar het leidt ook tot druk op kosten van arbeid, én tot herverdeling.
  4. Langer leven. Oók wij zijn veranderd. We worden ouder en moeten langer actief blijven op de arbeidsmarkt. Loopbanen zien er heel anders uit, en duurzame inzetbaarheid wordt urgenter.
  5. En trends als individualisering en emancipatie leiden tot veranderende en vooral méér verschillende voorkeuren van werkenden. Mensen denken nu heel anders over de plek van hun baan en baas in het leven dan dertig jaar geleden. Veel mensen willen tegenwoordig de zekerheid om zelf hun leven vorm te geven.

Het gevolg van deze trends is echt niet dat we straks allemaal ondernemer zijn. Maar het is ook niet zo dat we straks allemaal een vast contract willen. De tegenstellingen zijn te groot. Tegenover een miljoen zzp’ers staan een miljoen mensen die vaak met plezier twintig jaar dezelfde functie vervullen bij dezelfde werkgever. De één wil nog een chef als baas, de ander wil zijn klant kunnen ontslaan… De verschillen zijn kolossaal!

Ons stelsel is op deze manier over zijn houdbaarheidsdatum heen. De toekomst vraagt echt iets anders.

Er zijn veel ideeën over de toekomst van de arbeidsmarkt. Ik heb begrepen dat er zo’n 2.000 experts vandaag aanwezig zijn. Dat zijn op z’n minst 2.000 ideeën. En als er veel economen in de zaal zijn, wel 3.000.

Ik hoor die ideeën ook geregeld. ‘De arbeidsmarkt moet gewoon wat moderner’, hoor ik vaak. Of, aan de andere kant: ‘je moet gewoon wat beter de regels handhaven’. En ook vaak gehoord: ‘Laat de zzp’er gewoon ‘zijn ding’ doen’!

In deze gedachten, die ik op zich goed begrijp, zitten twee collectieve denkfouten:

  1. Dat het allemaal zó geregeld is.
  2. Dat als je het voor jezelf goed regelt, het automatisch voor de rest ook wel goed komt.

Maar ik moet eerlijk tegen u zijn: Zo’n stap naar een nieuw stelsel is niet zo 1-2-3 gemaakt. Iedereen die denkt dat dat zo opgelost is, heeft het mis. Het huidige systeem is te complex.

Daarom heb ik de Commissie Borstlap gevraagd om na te denken over de toekomst van de arbeidsmarkt. Hier zullen zeer zeker verstandige adviezen uit voortvloeien.

Maar dat betekent niet dat ík nu kan stilzitten. Ik neem daarom al stappen naar de toekomst. Simpelweg omdat stilstand geen optie is. Daar zijn de eerder geschetste problemen te urgent voor.

Ten eerste door stevig in te zetten op leven lang ontwikkelen. De noodzaak hiervan is dwingend. Al erg lang. Maar we beseffen het ons niet. We moeten naar een cultuur waarin jezelf ontwikkelen de normaalste zaak van de wereld is. Of je nou in vaste dienst bent of niet. Iedereen moet hiervoor de kans krijgen. Daarom stel ik het zogenoemde STAP-budget beschikbaar voor alle werkenden.

Ten tweede vraagt het beleid meer oog voor verschillen op de arbeidsmarkt en een betere bescherming voor de kwetsbaarste en slecht betaalde werkenden. Daarom komt er een minimumtarief voor zzp-ers van 16 euro. En een zelfstandigenverklaring voor de zelfstandigen die meer dan 75 euro verdienen.

Ten derde zet het kabinet in op het verkleinen van de verschillen in de behandeling van het dienstverband en zzp. Want het systeem dat we hebben draagt bij aan de problematiek die ik u net heb geschetst! Daarom is de afgelopen twee jaar hard gewerkt aan de Wet Arbeidsmarkt in Balans die de verschillen tussen vast en flex verkleint. En hebben we inmiddels een akkoord over loondoorbetaling bij ziekte om de risico’s voor werkgevers van deze regeling te beperken. Voor veel MKB-werkgevers is dit de reden om geen vaste contracten aan te bieden.

Ten vierde kijken we nu en straks naar risico’s waarvan iedereen vindt dat we die samen moeten opvangen. Alle werkenden kunnen namelijk arbeidsongeschikt worden. En ze hopen ook allemaal oud te worden. De arbeidsongeschiktheidsregeling voor zzp-ers die we in het pensioenakkoord hebben afgesproken past dan ook in deze context.

De komende periode moeten we ook de langlopende discussie beslechten over de vraag voor welke klus een zzp-er kan worden ingehuurd en voor welk werk een werknemer. Vinden we een docent een ondernemer? Een machinist? Een dirigent? Het is nodig om helderheid te kunnen bieden en misstanden tegen te gaan.

Maar het zijn aanpassingen binnen ons huidige systeem. Zoals ik begon te zeggen: op lange termijn is dat niet genoeg. Hoeveel je ook schaaft aan het huidige systeem, er zullen altijd grensgevallen blijven.

Maar hier wil ik weer eerlijk zijn: er is geen makkelijke oplossing. Een nieuw stelsel wordt niet ‘gewoon’ wat iedereen wil. Want er zijn heel veel verschillende ‘willen’. Het vraagt om denkwerk en aanpassingsvermogen van ons allemaal.

Dames en heren,

Ik nodig u uit om in het gesprek dat we de komende jaren samen gaan voeren bij een simpel startpunt te beginnen: werk. Want dat is wat al die mensen met elkaar gemeen hebben. We werken allemaal; we kunnen allemaal arbeidsongeschikt worden; willen allemaal gezond blijven en zo lang mogelijk een aangenaam leven leiden.

Door werk als uitgangspunt te nemen kom je uit bij andere vragen. Niet: wie verliest er en wie wint er? En ook niet: Wie profiteert en wie betaalt de rekening?

Het gaat om wezenlijke vragen: hoe goed willen we werkenden beschermen? Willen we iedereen onder één systeem hebben, of zijn er toch goede redenen om een onderscheid te maken? En vinden we dat iedereen solidair moet zijn met iedereen, of zien we een goede reden om dat niet te doen?

Om dat gesprek goed te voeren, moeten we de polarisatie op de arbeidsmarkt doorbreken. Ik merk elke dag, ook op Twitter, dat het soms echt op eieren lopen is. Neem de arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zzp’ers. Dat woord schiet bij velen in het verkeerde keelgat. Maar tegelijk zijn dit mensen die wél een regeling willen voor alle werkenden. Dan ben je zo bezig op woordniveau, dat je het grote plaatje niet meer ziet. Met zulke gevechten om de vierkante millimeter gaan we de oorlog niet winnen.

Het gesprek moet echt opengebroken worden Onze poldergeschiedenis laat zien dat dat kan. Ook dit jaar hebben we dat weer laten zien met het pensioenakkoord. Ik kijk ernaar uit.