Den Haag,
13
mei
2019
|
16:02
Europe/Amsterdam

Koolmees over de waarde van werk

Minister Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid gaf een toespraak op het congres van de Algemene Bond Uitzendondernemingen (ABU) in het Louwman Museum in Den Haag. In de speech beschrijft hij hoe belangrijk werk is en hoe hij zich sterk maakt voor werk dat mogelijkheden biedt voor persoonlijke groei en ontwikkeling, dat je in staat stelt om werk en privé te combineren, en waarvoor je eerlijk beloond wordt.

Dames en heren,

Soms besef je pas echt wat iets waard is, als je het verliest. Dat is zeker zo met werk. De waarde van werk wordt misschien wel het meest gevoeld door mensen die hun werk verliezen. Ze raken niet alleen hun inkomen uit arbeid kwijt, maar ook sociale contacten, sociale erkenning, structuur, status.

Dan blijkt hoe belangrijk werk is. We verdienen er niet alleen geld mee, het biedt ook mogelijkheden ons verder te ontwikkelen, zinvol bezig te zijn, iets te doen dat voldoening geeft en waardering krijgt.

Ik vind het geweldig dat de ABU vandaag de waarde van werk op de agenda heeft gezet. Dat is het waard. Zeker nu de wereld van werk zo ingrijpend verandert en we er niet aan ontkomen de waarde van werk te herijken.

De waarde van werk is niet statisch. Nederland stond lang te boek als een land met een calvinistisch arbeidsethos. Werk was verbonden met protestantse waarden. In het zweet des aanschijns verdiende men hier zijn brood.

Voor mijn verre voorganger Slotemaker de Bruïne, in 1933 de eerste minister van Sociale Zaken, was dat puur protestants. Volgens deze minister, die van huis uit predikant was, werkten protestanten niet met oog op het loon, maar “om den wil des Vaders te doen” en “den naasten ten zegen te zijn.” Ik citeer: “De gedachte dat om het loon wordt gewerkt, is Roomsch.” Met s c h. Dat was dus ver voor de geboorte van het CDA…

Iets van die protestantse waarden zit nog in het DNA van onze samenleving – ledigheid is des duivels oorkussen – maar boven en beneden de rivieren stellen we nu eigentijdse eisen. Werkend Nederland wil graag waardevol werk met een faire behandeling en een fatsoenlijke beloning. Werk, met voldoende autonomie en afwisseling, dat economische zelfstandigheid en ruimte voor zelfontplooiing biedt. Wat mij betreft werk met individuele vrijheid om het leven naar eigen inzicht en eigen ideaal in te richten.

Juist als minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid weet ik dat werk van méér dan économische waarde is. Daarom maak ik me, het liefst samen met sociale partners, sterk voor gezond en veilig werk met – ik beperk me hier tot drie waardevolle elementen:

  • optimale mogelijkheden voor persoonlijke groei en ontwikkeling;
  • voldoende vrijheid om werk en privé te combineren;
  • gelijke beloning bij gelijk werk.

 

Om met het eerste te beginnen: de waarde van werk zit ‘m voor een steeds groter deel in de mogelijkheden voor professionele en persoonlijke ontwikkeling. Dat is, met het oog op de toekomst, urgenter dan ooit. De technologische vooruitgang vereist dat werkenden hun kennis voortdurend op peil houden en zich blijven ontwikkelen.

In de praktijk zien we positieve resultaten met een leven lang ontwikkelen. Recent onderzoek van het Researchcentrum Onderwijs en Arbeidsmarkt concludeert dat werkenden een kwart van hun tijd aan leerzame activiteiten op het werk besteden. Mooi, maar, en dat is minder mooi, een kwart van de werkenden heeft nog nooit een cursus gedaan.

Minister Wouter Koolmees
Soms besef je pas echt wat iets waard is, als je het verliest. Dat is zeker zo met werk. 
Minister Wouter Koolmees

Daarbij gaat het, en dat is een schrijnende paradox, vooral om werkenden met de minste opleiding, die misschien wel het meest behoefte hebben aan scholing. Daar kunnen we ons niet bij neerleggen. Om te voorkomen dat werknemers op een dood spoor komen, om te voorkomen dat ze uitgerangeerd raken, is het van belang ze te stimuleren tijdig de wissels om te zetten. Om aan het werk te kunnen blijven.

Dat is individueel en collectief van belang. Onze economie heeft baat bij een optimaal geschoolde beroepsbevolking. Dat is een van onze krachten. Dat biedt toekomstperspectief. We moeten niet de kant op van lagere lonen en lossere arbeidscontracten. Dat is de weg naar beneden. Ik kies voor de weg omhoog. Door meer te investeren in hét kapitaal van de economie, het menselijk kapitaal, en innovatieve ondernemingen.

Nederland heeft een uitstekende uitgangspositie, met een goed opgeleide beroepsbevolking en één van de meest concurrerende economieën van de wereld.

Laten we die positie versterken door van werk een krachtige scholingsmotor, ontwikkelingsmotor te maken.

Ook voor uitzendkrachten. Ook voor werknemers die niet zo graag met hun neus in de boeken zitten, maar wel bereid blijken om aan scholing te doen als het niet al te schools is, en het niet veel vrije tijd en geld kost. Juist voor die werkenden is het van belang dat we daarbij niet uitsluitend kijken naar gevolgde cursussen en behaalde diploma’s, maar ook naar relevante ervaring die in de praktijk is opgedaan. Op het werk en buiten het werk. Als vrijwilliger. Als mantelzorger. Onbetaald werk moet ook op waarde worden geschat. Denk daarbij aan werknemers die in hun vrije tijd de meest lastige voetbalwedstrijden fluiten, maar op hun werk geen kans krijgen die leidinggevende capaciteiten te gebruiken. Of aan mantelzorgers die thuis alle bordjes in de lucht weten te houden, maar op hun werk niet worden beoordeeld op dat organisatievermogen. Dat is jammer. Een verspilling van talent.

Het is goed om te zien dat ook de uitzendbranche zich inventief inzet om het leven lang ontwikkelen in praktijk te brengen. Bijvoorbeeld met het ‘alles-in-één-pakket’ dat uitzendkrachten een ‘duurzame inzetbaarheidsscan’ biedt. Dat biedt perspectief.

 

Daarmee kom ik bij mijn tweede punt: de waarde van werk zit ‘m ook in de autonomie en de ruimte die werkenden krijgen om werk en taken thuis te combineren. Het is van groot belang om werkend Nederland in staat te stellen om een betaalde baan en onbetaalbare taken thuis op een gezonde manier te kunnen combineren. Zonder ziekmakende stress. Dat vraagt in de praktijk om flexibiliteit van werkgevers en werknemers op de werkvloer. Met afspraken in cao’s. Het vraagt ook om voldoende verlof op momenten dat werknemers thuis hard nodig zijn. Centraal geregeld.

Met de WIEG, Wet invoering extra geboorteverlof, hebben werknemers meer en langere verlofmogelijkheden gekregen om rond de geboorte van hun kind thuis te zijn. Zo geven we vrouwen en mannen meer ruimte om de zorg thuis te delen én ook met jonge kinderen te blíjven werken. Dat moet uiteindelijk leiden tot een verhoging van arbeidsparticipatie, arbeidsproductiviteit en arbeidsplezier.

Door internet en mobiele telefoon nemen we ons werk steeds vaker en steeds makkelijker mee naar huis. Dat heeft voordelen: meer flexibiliteit, maar ook nadelen: de scheidslijnen tussen werktijd en vrije tijd vervagen. Dat is niet altijd zo gezond. Juist als minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid voel ik me verantwoordelijk om de vinger aan de pols te houden en te voorkomen dat werknemers uitvallen. Wat is de waarde van werk als je er ziek van wordt?

Minister Wouter Koolmees
Juist als minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid weet ik dat werk van méér dan economische waarde is. Daarom maak ik me, het liefst samen met sociale partners, sterk voor werk met optimale mogelijkheden voor persoonlijke groei en ontwikkeling, voor voldoende vrijheid om werk en privé te combineren en voor gelijke beloning bij gelijk werk.
Minister Wouter Koolmees

Daarmee kom ik aan mijn derde punt: de waarde van werk hoort los te staan van geslacht of afkomst. Het gaat om wat je doet, je capaciteiten en prestaties, niet om je sekse of de plek waar je wieg heeft gestaan.

Bewust of onbewust wordt er nog steeds gediscrimineerd op de arbeidsmarkt. Vrouwen verdienen gemiddeld nog altijd minder dan mannen. Ook al doen ze precies hetzelfde werk. Die verschillen moeten zo snel mogelijk worden weggewerkt.

Gelijk werk vraagt om gelijke beloning.

Mijn verre voorganger Slotemaker de Bruïne stelde in de jaren dertig van de vorig eeuw, de crisisjaren, nog voor om de werkloosheid te bestrijden door vrouwelijke arbeidskrachten te vervangen door mannelijke werklozen. “Ik spreek mijn dank uit voor die ondernemers die kans zien deze omwisseling tot stand te brengen en op moreele gronden daartoe besloten hebben”, zei hij 85 jaar geleden in de Eerste Kamer. Voor meisjes en vrouwen was het minder erg om hun werk te verliezen, vond hij, die waren geen kostwinner en hadden wel genoeg om handen in het huishouden.

Dat is in het Nederland van nu ondenkbaar en onaanvaardbaar. Ik maak me sterk voor een arbeidsmarkt waar artikel één van de grondwet ook in de waarde van werk tot uitdrukking komt. Met gelijk loon voor gelijk werk. Of je nou man of vrouw bent. Of je ouders nou in Casablanca of Capelle aan den IJssel zijn geboren.

Zo kan werk ook een emancipatiemotor blijven die tot minder ongelijkheid en meer diversiteit leidt. Principieel uitgangspunt is dat gelijk werk op dezelfde plek gelijk beloond moet worden.

Op basis van dat principe heb ik vandaag in een brief aan de Tweede Kamer ook maatregelen aangekondigd om te voorkomen dat contracting wordt gebruikt, misschien kan ik beter zeggen: misbruikt, om oneigenlijk te concurreren op loonkosten. Zodat uitzendbureaus die zich aan de regels houden niet onder de duiven worden geschoten door concurrenten die doen alsof hun contractingwerk geen uitzendwerk is.

Met de vakbonden vind ik dat we ongewenste vormen van contracting moeten bestrijden. Met de werkgeversorganisaties en de uitzendbranche vind ik dat we daarbij niet moeten doorschieten. Ook hier ben ik op zoek naar de juiste balans en kies ik voor evidence based beleid. Vandaar dat ik ook heb besloten om het bestaande uitzendregime te evalueren en onderzoek te doen naar gebruik en oneigenlijk gebruik van uitzenden.

We zijn het misschien niet over alles eens, maar ik reken op uw steun bij mijn aanpak, omdat ik bonafide uitzendbureaus zie als bondgenoten met wie ik zij aan zij wil strijden tegen uitzenders die de regels omzeilen, ontduiken, overtreden, en de branche daarmee een slechte naam bezorgen.

De ABU laat hier vandaag juist zien wat de positieve waarde is van uitzendwerk:

werkgevers worden door uitzendwerk snel geholpen bij het vinden van tijdelijk personeel, en werkzoekenden kunnen dankzij uitzendwerk snel werk vinden. Als opstapje naar een vaste baan met meer zekerheid of bewust kiezend voor een kortlopend contract met meer vrijheid. Daarmee spelen de uitzendbureaus een belangrijke rol bij het functioneren van de arbeidsmarkt. Met uitzendwerk van economische en maatschappelijke waarde.

De opkomst van robots, van kunstmatige intelligentie, van de platformeconomie dwingen ons na te denken over het werk van de toekomst en over waarde van werk.

Hoe gaan we om met die veranderingen? Ik kies voor een oplossingsgerichte aanpak om de bedreigingen te lijf te gaan en de kansen te grijpen. Daar hebben we alles voor in huis. Een open en dynamische economie, met een uitstekende infrastructuur, innovatieve bedrijven, een goed opgeleide beroepsbevolking. Dat biedt kansen voor economie en werkgelegenheid. Het is daarbij essentieel om onwenselijke tweedelingen op de arbeidsmarkt tegen te gaan.

Met de Wet arbeidsmarkt in balans zetten we een grote stap in de goede richting,

met meer balans in de behandeling, de bescherming van vaste en flexibele contracten. Het wordt werkgevers aantrekkelijker gemaakt om personeel in vaste dienst te nemen. Alle werknemers, vast en flex, krijgen vanaf dag één recht op een transitievergoeding die gebruikt kan worden voor de broodnodige scholing. De Tweede Kamer is al akkoord; ik kijk uit naar de plenaire behandeling in de Eerste Kamer.

Ik zeg niet dat de arbeidsmarkt met de nieuwe wet direct in balans is; daar moet méér voor gebeuren. Daar wordt hard aan gewerkt. Niet alleen als het gaat om loondoorbetaling bij ziekte, maar ook als het gaat om betere bescherming van de onderkant van de zzp-markt en betere bestrijding van schijnzelfstandigheid.

We zien allemaal dat fundamentele veranderingen in onze wereld van werk om fundamentele aanpassingen vragen. Van arbeidsrecht tot sociale zekerheid op langere termijn. Ik wil daar vaart achter zetten.

Dames en heren, de ABU heeft een perfecte plek gekozen voor dit congres. Aan de auto’s om ons heen kunnen we zien hoe de techniek zich heeft ontwikkeld. Van de brandstofslurpers van toen tot de stekkerauto’s van nu.

Het verhaal achter die auto’s vertelt hoe de waarde van werk in de loop van de tijd is veranderd. Hoe Ford lopendebandwerk maakte van de autoproductie, waarbij de band het tempo bepaalde en het mensenwerk routinematig werd en weinig of geen scholing vereiste. Werk zonder uitdaging, zonder autonomie. Min of meer vergelijkbaar met het werk dat robots in de autofabrieken van nu doen.

Door technologische vooruitgang verdween er werk en verdwijnt er werk. Dat maakte en maakt mensen onzeker. Ook al laat de geschiedenis steeds weer zien dat er banen verdwijnen en nieuwe banen worden gecreëerd. Dat vraagt er wel om dat we investeren in innovatie en werk met toekomstperspectief. Werk is en blijft nou eenmaal wezenlijk voor mensen. Vraag het aan Nederlanders die hun werk verliezen. Vraag het aan Nederlanders die werk zoeken. Ze missen het.

Daarom zet ik me met hart en hoofd in voor meer werk, en dan vooral werk met perspectief: waardevol werk met voldoende ruimte voor persoonlijke groei en ontwikkeling, met voldoende ruimte om werk en taken thuis te combineren, en met gelijk loon voor gelijk werk.