Den Haag,
13
mei
2019
|
10:59
Europe/Amsterdam

Koolmees spreekt bij de Nationale Iftar

Minister Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid gaf een toespraak tijdens de Nationale Iftar, georganiseerd door de Nederlands-Turkse Ondernemersvereniging (HOTIAD) en het Contactorgaan Moslims en Overheid (CMO). Op de Iftar wordt in de loop van de avond het vasten van de ramadan verbroken. Dit jaar is gekozen voor het thema 'Eenheid in verscheidenheid'. In de speech zegt Koolmees: "Het samenleven wordt op de proef gesteld. Maar ik heb veel vertrouwen in de kracht van onze samenleving. Daar moeten we wel energie in steken. Het draait om begrip voor de ander."

Goedenavond allemaal,

Dank aan de HOTIAD en het CMO voor de uitnodiging voor deze iftar! Het is mooi om te zien dat een ondernemersvereniging de verantwoordelijkheid neemt om dit samen met een religieuze organisatie te organiseren.

En ik kan u daarbij vertellen dat ik het heel bijzonder vind om hier vandaag te zijn! Om verschillende redenen, maar misschien nog wel het meeste om het thema van vandaag: eenheid in verscheidenheid.

Die verscheidenheid is heel goed te zien als ik hier om me heen kijk:

  • Ambassadeurs uit vierentwintig landen;
  • Vertegenwoordigers vanuit het onderwijs, de politiek, de pers;
  • En naast moslims, ook heel veel niet-moslims. Meer dan de helft, heb ik begrepen.

Eenheid in verscheidenheid. Het is hoe ik zelf ook naar onze samenleving kijk. We huisvesten meer dan 200 nationaliteiten in Nederland, en daarbij talrijke religies. Iedereen is verschillend. En daarin zijn we weer allemaal gelijk.

Maar we verschillen niet alleen van elkaar, in bijvoorbeeld onze achtergrond, en of we wel of niet geloven, verschillen zitten ook in ons zelf.

Laat ik het dicht bij mezelf houden. Ik ben niet alleen Rotterdammer, maar ook Nederlander. Ik ben politicus, vader én voetbalfan. En ik ben dan wel een Feyenoord-supporter in hart en nieren, maar ik moet toegeven dat ik recentelijk ook een paar keer heb gejuicht voor de doelpunten van Ajax. Al was het afgelopen woensdag dan weer vrij stil op dat vlak…

Wat ik wil zeggen is: niemand is alleen de witte vrouw, de moslima, niemand past in één hokje. Al doen sommigen dat soms voorkomen dat we dat wel zijn. Een soort flat characters, eendimensionale persoonlijkheden in een soap van tegenpolen.

Die indruk krijg ik wel als ik naar het publieke debat kijk. Want wat je ziet is dat mensen zichzelf en anderen te vaak verkleinen tot hun nationale, religieuze of ras-identiteit. En dat sommige mensen ook nog eens de behoefte hebben anderen daar fanatiek op aan te spreken of zelfs te veroordelen, als ze niet ordentelijk in een vertrouwd hokje passen.

Ik heb het in mijn toespraken een aantal keer gehad over het voorval rondom Nasrdin Dchar vlak voor de kerst, jullie wellicht bekend. Ik noem het voorval, omdat ik het sprekend vind voor de dynamiek van het publieke debat. Vlak voor Kerst plaatste hij op Instagram een foto van hem in djellaba naast zijn kerstboom. In zijn eigen woorden ‘Niet vanuit religieus oogpunt, maar meer vanuit gezelligheid. Zoals we ook Sinterklaas vieren. En omdat ik vind dat het 1 het ander niet hoeft uit te sluiten.’ Voor deze foto kreeg hij een stortvloed aan kritiek en bedreigingen uit alle hoeken. Variërend van ‘Hij is geen goede moslim’ tot aan ‘Ze pakken ons kerstfeest af’.

Wat mij ook opviel is hoe het incident breed werd uitgemeten in de media. Extreme geluiden kregen volop de aandacht, terwijl een enkel bijzinnetje vermeldde dat waarschijnlijk steeds meer moslims een kerstboom thuis hebben staan. Net zoals overigens steeds meer niet-moslims een iftar bijeenkomst bijwonen.

Het gecompliceerde, gelaagde verhaal, en de feiten, dáár lijkt vaak weinig interesse naar.

Gelukkig laat Nasrdin Dchar zich er niet door uit het veld slaan. Ik heb begrepen dat hij een aantal van zijn theatershows afsluit met een iftar. In zijn woorden: openstaan voor elkaar, praten met elkaar. En eten met elkaar. Dit is Nederland op z’n best. En daar ben ik het helemaal mee eens. Over samenleven bestaan de ingewikkeldste theorieën, maar dit is waar het in essentie om draait.

Dames en heren,

We mogen niet voorbij gaan aan het feit dat het samenleven op de proef wordt gesteld. Door de aanslagen in Sri Lanka en Nieuw-Zeeland bijvoorbeeld. De vreselijke aanval in Utrecht en die op het Joodse restaurant Hacarmel, en de incidenten met kwetsende spandoeken en poppen die geplaatst zijn bij moskeeën in Amsterdam en Den Haag. Afschuw, onbegrip en onmacht zijn hele menselijke gevoelens in reactie op onmenselijke daden.

Het zijn gevoelens die ik zelf ervaar, net zoals heel veel anderen dat doen. Tegelijk zijn het gebeurtenissen die niet meer terug te draaien zijn, en waar we dus mee om moeten gaan. Zowel vanuit de politiek als de samenleving. Het is aan ons, hoe we dat doen. Ons land is veel te mooi, en onze democratie veel te dierbaar, om toe te laten dat polariserende krachten ons land splijten.

Ik heb veel vertrouwen in de kracht van onze samenleving. Een open samenleving waarin je niet wordt afgerekend op je afkomst, waarin je de vrijheid hebt te geloven of niet te geloven, en om zelf richting te geven aan je leven, en waarin je anderen de vrijheid geeft dat óók te doen, ook al geven ze een andere invulling aan hun leven. Maar daar moeten we wel energie in steken.

Een mooi voorbeeld vind ik de structurele contacten die er in Nederland zijn tussen joodse en islamitische organisaties. Er zijn gelukkig vele initiatieven die leiden tot meer positieve en realistische beelden en opvattingen over elkaar.

Een poosje geleden opende ik de tentoonstelling Verlangen naar Mekka, in het Tropenmuseum in Amsterdam. Meer dan een miljoen Nederlanders is moslim. Voor veel van hen is het een diepgekoesterde wens om de reis naar Mekka te maken. Jaarlijks nemen bijna 5000 Nederlandse moslims deel aan de hadj. Maar als ik in mijn eigen omgeving kijk, dan hebben we het daar eigenlijk nooit over. Ja, we noemen Milaan het Mekka van de mode, en Silicon Valley het Mekka van de IT. Dat maakt Mekka een onderdeel van onze taal, maar niet van ons leven. Heel veel mensen in Nederland weten namelijk niks van de hadj. Ze zien veel mensen in witte gewaden op TV, en voelen dan een enorme afstand.

Het mooie van die tentoonstelling is dat het veel Nederlanders laat zien wat ze nog niet wisten, niet alleen over Mekka zelf, maar ook over wat zich afspeelt in de hoofden van Nederlandse moslims die besluiten om deel te namen aan de hadj. Het maakt de tentoonstelling een reis van verwondering. Niet alleen voor niet-islamitische Nederlanders, maar ook voor veel moslims, die voor het eerst het museum bezoeken.

Het zou mooi zijn als we met diezelfde verwondering open staan voor elkaar. Want het gaat er niet om wat mensen geloven. En of ze überhaupt geloven. Het uitgangspunt, veel breder, gaat over begrip voor de ander.

Dames en heren,

Nieuwkomers veranderen onze samenleving al eeuwenlang. Het zorgt voor een eenheid in verscheidenheid. Graag sluit ik af met de mooie woorden van een van die nieuwkomers, al is hij inmiddels een oudgediende van onze geschiedenis.

Ik heb het Baruch Spinoza. Een prachtig voorbeeld van iemand die op zoek was naar verdraagzaamheid en vervolgens zelf onze cultuur van verdraagzaamheid weer een stap verder heeft gebracht. Hij stelde, kort maar krachtig:

"Ween niet. Wees niet verontwaardigd. Begrijp!"

Ik wens iedereen een smakelijke iftar!