Den Haag,
29
november
2018
|
11:31
Europe/Amsterdam

Minister Koolmees bij begrotingsbehandeling: "stilstand is geen optie"

Hieronder vindt u het eerste deel van de inbreng van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid tijdens het Tweede Kamerdebat over de begroting van SZW voor 2019. Voor het volledige verslag van het debat verwijzen wij u naar de website van de Tweede Kamer.

Voorzitter,

Een jaar geleden begon ik mijn werkzaamheden op een ministerie dat dit jaar zijn honderdjarig bestaan viert. Dat zijn getallen die uitnodigen tot reflectie én tot bescheidenheid. En deze reflectie wil ik u vandaag graag in mijn inleiding geven, voordat ik mijn plannen voor het komend jaar bespreek en uw vragen beantwoord.

Reflectie begint bij het ministerie zelf. Want als iets mij het afgelopen jaar is opgevallen, dan is het wel de enorme drive van de SZW-ambtenaren, die niet alleen keihard hebben gewerkt, maar ook als ware jongleurs een flink aantal ballen tegelijkertijd in de lucht wisten te houden.

Tegelijk heb ik aan den lijve ondervonden dat een van de eerste grote verworvenheden van het ministerie van SZW — de achturige werkdag — in ieder geval niet op ministers van toepassing is!

Voorzitter,

Er is een enorme urgentie om een aantal maatschappelijke problemen aan te pakken, al voelen we die misschien niet direct. De arbeidsmarkt staat er goed voor: economisch gaat het ons voor de wind; de koopkracht stijgt en de werkloosheid blijft dalen.

Geen vuiltje aan de lucht, zo lijkt het.

Maar onderliggend is er meer aan de hand. En verschillende sprekers hebben dat gisteren ook aangegeven in de eerste termijn.

Dat gaat enerzijds om het punt dat de heer Renkema benoemde in zijn maidenspeech, waarvoor mijn complimenten. Hij had het over de Januskop van de meritocratie – en die dualiteit zie ik zelf ook. Een groeiende kansenkloof tussen hoger- en lager opgeleiden, hoge en lage inkomens, tussen vast en flex en tussen werkenden en niet-werkenden, zoals ook in het SCP-rapport De sociale Staat van Nederland beschreven.

Maar wat ik ook zie, zijn onderliggende ontwikkelingen die onze samenleving en arbeidsmarkt enorm gaan veranderen, en ook al hebben gedaan. Die ontwikkelingen zorgen ervoor dat de wetten en instituties die ons veel hebben gebracht, aan vernieuwing toe zijn.

Ons pensioenstelsel is daar een goed voorbeeld van. Het beste stelsel van de wereld, zo wordt gezegd. Maar wereldkampioen is geen titel voor het leven.

En dat geldt evengoed voor de kopposities op de ranglijsten waar de heer Wiersma het gisteren over heeft gehad. Daar moet je voor blijven werken, en als het speelveld verandert, is het zaak om je tactiek te herzien.

En zo is onze economische voorspoed ook geen eeuwigdurende vanzelfsprekendheid. Als we de personeelstekorten niet met duurzame oplossingen aanpakken, dan krijgen we de economische spurt als een boemerang in ons gezicht terug.

Er is en blijft dus heel veel werk aan de winkel.

Voorzitter, toen het werkgevers en werknemers niet lukte - tijdens de formatie in de zomer van 2017 - om samen tot een akkoord te komen over de arbeidsmarkt, hebben de vier coalitiepartijen in spé ambitieuze afspraken gemaakt om de arbeidsmarkt te hervormen.

Ik presenteerde u vorig jaar een aanpak langs vijf routes, met verschillende versnellingen, oplossingen, en samenwerkingsverbanden.

Zo hebben we met sociale partners een ambitieuze aanpak gepresenteerd om Leven Lang Ontwikkelen te stimuleren. En ook ben ik met hen in gesprek om afspraken te maken rondom loondoorbetaling bij ziekte en de WIA.

Een polder in optima forma kan vreedzaam tegenstellingen overbruggen. Maar dat mechanisme werkt natuurlijk ook buiten de Haagsche vierkante kilometer, waar we expliciet nieuwe vormen van samenwerking zoeken met experts, met wetenschappers, en met allerlei betrokkenen, van jong tot oud, uit alle lagen van de samenleving.

Mijn collega, staatssecretaris Tamara Van Ark, heeft vorige week het Breed Offensief gepresenteerd, en ook het nieuwe inburgeringsbeleid komt tot stand samen met partijen uit de samenleving.

Daar waar het niet is gelukt om samen tot oplossingen te komen, heeft het kabinet zelf verantwoordelijkheid genomen, bijvoorbeeld als het gaat om het hoognodig onderhoud aan de arbeidsmarkt.

En dit vraagt om lastige beslissingen. Daarom ben ik meteen van start gegaan met het uitwerken van de Wet arbeidsmarkt in balans, de WAB. Ik ben blij dat uw Kamer de behandeling voortvarend ter hand neemt.

Dat het kabinet dit aanpakt, zonder onderhandelingen met sociale partners, is niet overal met open armen ontvangen. Dat snap ik. Maar het zijn wel noodzakelijke maatregelen die de arbeidsmarkt verder brengen. We moeten daarbij zeker oog hebben voor deelbelangen, maar juist ook voor het algemeen belang.

Want stilstand is geen optie.

Voorzitter, als ik terugkijk op het afgelopen jaar, dan heb ik een dubbel gevoel. Ik ben enorm trots op hoeveel we hebben bereikt, en ik weet tegelijk dat we er nog lang niet zijn.

Trots ben ik op verschillende mijlpalen:

  • Vaders hebben vanaf 1 januari extra geboorteverlof. De WIEG is aangenomen, ook in de Eerste Kamer;
  • Nieuwkomers kunnen in het nieuwe inburgeringsstelsel veel makkelijker meedoen. Daarvoor was ook breed draagvlak in deze Kamer;
  • Werknemers die vast zitten in tijdelijke contracten krijgen betere perspectieven op een vaste baan - de WAB;
  • en we geven mensen de regie om zich ontwikkelen voor banen van de toekomst door het Leven Lang Ontwikkelen.

Deze plannen en wetgeving vormen een modern antwoord op de uitdagingen van onze moderne samenleving:

  • Ze maken persoonlijke keuzes mogelijk;
  • Ze stimuleren mensen om mee te doen;
  • en ze versterken de arbeidsmarkt door deze terug in balans te brengen.

Natuurlijk voel ik ook teleurstelling dat het nog niet gelukt is om onze pensioenen te hervormen. Daar heb ik eergisteren uitgebreid met uw Kamer over gesproken.

En ook als het gaat om de maatregelen met betrekking tot zzp’ers en loondoorbetaling bij ziekte zijn we er nog niet.

Maar ik ben zeer gemotiveerd om hierin de komende tijd stappen vooruit te zetten.

Voorzitter,

Samen met uw Kamer wil ik de komende jaren resultaten boeken. Dat is een lastige opgave. Een kwestie van lange adem. Want als ik naar het politieke landschap kijk, dan zie ik versplintering en instituties die onder druk staan.

We leven in een tijd van op je strepen staan. Van deelbelangen, en van identiteit. Van deuren die dichtklappen op social media, in de polder, en in de rest van het land. Maar die strepen zorgen uiteindelijk voor stilstand. Je wint er misschien een slag mee, maar je zorgt ervoor, uiteindelijk, dat we gezamenlijk de strijd verliezen.

‘Vertrouwen in mensen’ – zoals de heer Smeulders gisteren terecht zei – begint toch echt met vertrouwen in elkaar!

Er is een enorme urgentie is om problemen aan te pakken:

  • De vernieuwing van het pensioenstelsel.
  • De arbeidsmarkt weer terug in balans.
  • De inburgering die écht veel beter kan.

Dat zijn grote systeemingrepen die de levens van mensen bepalen. Niet alleen van onszelf, maar juist ook van toekomstige generaties.

In een sterke arbeidsmarkt én samenleving zijn er geen binnen- en buitenbeentjes, maar kan iedereen gewoon meedoen. Dát is waar ik me hard voor maak en mij hard voor blijf maken.

Voorzitter,

De man van de polder, Wim Kok, is vorige maand overleden. Eerder dit jaar was ik aanwezig bij de lancering van de ‘Wim Kok’ tapes. Op deze tapes vindt u maar liefst 16 uur aan interview met de heer Kok over zijn rol als vakbondsleider. Ik geef het maar even mee, als kijktip voor het Kerstreces.

De bijeenkomst was in het bijzijn van Wim Kok zelf. Dat vond ik die avond al zeer waardevol, en nu terugkijkend nog veel méér.

Het was voor mij een eer om daar te mogen spreken. Ik heb diep respect voor Wim Kok en de manier waarop hij politiek bedreef. Hij noemde dat zelf, en dat vind ik één van de mooiste quotes uit zijn politiek repertoire: “Het verantwoord begeleiden van onvermijdelijkheden". En hij had het ook over de “kunst van het haalbare.”

Deze woorden zijn ook nu nog enorm actueel. De wereld om ons heen transformeert. Dat is een onvermijdelijkheid waarvoor we onze ogen niet mogen sluiten. Deze transformatie noopt tot reflectie, maar niet tot stilzitten, en al helemaal niet tot een status quo. We moeten samen verantwoordelijkheid nemen en naar haalbare oplossingen kijken.

Soms lijkt het alsof wij het niet meer kunnen. Ik ben ervan overtuigd dat het wél kan. Met begrip voor elkaars belangen tot afspraken te komen die Nederland beter maken.

Voorzitter,

Tot zover mijn inleiding.