Den Haag,
04
oktober
2018
|
09:55
Europe/Amsterdam

Speech minister Koolmees bij afscheid van Dorine Manson, directeur Vluchtelingenwerk Nederland

Samenvatting

Minister Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid sprak gisteren bij de afscheidsbijeenkomst van directeur Vluchtelingenwerk Dorine Manson. Hij prees de manier waarop Manson zich als constructieve overheidspartner én kritische actievoerder heeft ingezet voor de deelname van nieuwkomers in onze samenleving. Ook stelde hij dat in het debat over vluchtelingen vaak nuances worden weggepoetst. “Wat je ziet zijn eendimensionale persoonlijkheden, die of héél erg voor, of héél erg tegen de komst van vluchtelingen zijn,” zei hij. Dat geldt ook voor de manier hoe de overheid de vluchteling zelf heeft gezien, door deze weg te zetten als slachtoffer. Koolmees: “Een vluchteling is geen flat character, maar heeft vele persoonlijkheden en loyaliteiten: van harde werker tot aan rouwende moeder, van aardige buurvrouw tot liefhebbende vader.” De minister wil met een gepersonaliseerd inburgeringsplan nieuwkomers zelfredzaam maken. Het doel is dat nieuwkomers meteen aan het werk gaan, en ondertussen de taal leren, met taalles vanaf dag één.

Goedemiddag allemaal,

Fijn u hier te zien. Ik voel me vereerd om vandaag te spreken op het afscheid van Dorine Manson.

“Mensen hebben meerdere persoonlijkheden, en ook meerdere loyaliteiten. “ Dat zei de Canadese filosoof en politicoloog John Ralston Saul. Het is een uitspraak die toepasselijk is, als het gaat om hoe ik Dorine heb leren kennen als persoon, en als het gaat om dat waar zij zich de afgelopen jaren keihard voor heeft ingezet: de deelname van vluchtelingen in onze samenleving. Het is een onderwerp waarover ik vandaag graag mijn gedachten met u deel.

1. De twee persoonlijkheden van Dorine

Nu is een gespleten persoonlijkheid misschien niet het eerste waar je aan denkt bij de directeur en bestuursvoorzitter van Vluchtelingenwerk Nederland. Als je aan mensen vraagt: wie is Dorine, dan schetsen zij een eenduidig beeld van een standvastige vrouw, die weet wat ze wil. Sterk op de inhoud, sympathiek, doelgericht.

En als je dan doorvraagt en zegt: “Ja, maar iedereen schiet toch wel eens uit zijn of haar rol, zélfs de meest standvastige persoonlijkheid?”, dan is het even stil, zie je mensen een paar seconden in hun geheugen graven, en dan hun hoofd weer schudden.

Nee.

Er bestaan geen anekdotes van Dorine die als een Chroesjtsjov verhit met een schoen op tafel slaat. Geen heethoofdigheid, geen Jekyll and Hyde, maar cool and collected, altijd. Of in haar eigen woorden [geciteerd in Nederlands Dagblad en Intermediair]: een nuchtere Fries en een analytisch historicus.[1]

Toch hebben ik en anderen de afgelopen jaren meerdere persoonlijkheden gezien, en meerdere loyaliteiten.

Ik heb het over die van actievoerder en die van overheidspartner. Bij ons eerste gesprek, toen ik net was aangetreden als minister, was het Dorine zelf die mij op die twee rollen wees.

In die dubbelrol heeft Dorine in opdracht van de overheid vluchtelingen begeleid, en gaf zij simultaan stevige kritiek op het beleid waar zij zelf invulling aan gaf. Dat is een ongemakkelijke dubbelrol. Jekyll and Hyde in de politiek zorgen immers steevast

voor scheve gezichten.

Als je net een fijn gesprek hebt gehad met een belangenorganisatie over een gezamenlijke aanpak, en er volgt dan een vilein stuk in de krant, dan kan dat als hoogverraad voelen.

Dorine heeft laten zien dat zo’n dubbelrol niet hoeft te bijten.

In de korte tijd dat Dorine en ik elkaar hebben leren kennen, heb ik veel respect gekregen voor de manier waarop zij zich als constructieve overheidspartner én kritische actievoerder heeft ingezet voor de volwaardige deelname van nieuwkomers in onze samenleving. Nooit in de vechtstand, wél in de actiemodus. Zij, en daarbij ook Vluchtelingenwerk, doen wat nodig is, maar laten tegelijk ook weten waar het knelt. En zo krijgt het perspectief van de vluchteling een verdiend podium. De Integratiebarometer is daar een mooi voorbeeld van.

Practice what you preach, lijkt het credo van Dorine. Bijvoorbeeld in de Taskforce Werk en Integratie Vluchtelingen, waarin werkgevers, werknemers, vluchtelingen en de overheid met elkaar samenwerkten om de integratie van de grote groep nieuwkomers te versnellen.

In die rol heeft Dorine laten zien dat je alleen kunt samenwerken als je het ook echt samen doet. Daarbij past geen wantrouwende mentaliteit van hakken-in-het-zand, of halfslachtig met één-been er in staan. Het overkoepelend belang is van grotere waarde dan je eigen gelijk.

Deze visie deel ik. En daar wil ik het tweede gedeelte van mijn speech op ingaan. Daarvoor wil ik eerst terug naar John Ralston Saul en zijn mooie woorden over meerdere persoonlijkheden.

2. Vluchtelingendebat is niet zo zwart-wit

Die persoonlijkheden lijken namelijk de grote afwezigen in de publieke debatten die we voeren over gevoelige onderwerpen. Tijdens die debatten dragen wij in mijn optiek vaak een te eendimensionale bril. En dat terwijl onze samenleving 'dealt' met issues die niet te maken hebben met goed of fout. Met dilemma’s waarin verschillende perspectieven en gevoelens een rol spelen.

Je ziet dat goed in het debat dat we de afgelopen jaren hebben gevoerd over vluchtelingen. Nuances worden weggepoetst. En wat je ziet zijn eendimensionale persoonlijkheden, die of héél erg voor, of héél erg tegen de komst van vluchtelingen zijn. De debatten die wij daarover voeren, bewegen zich tussen die twee extremen.

Of, in de woorden van Dorine zelf, geciteerd in het Nederlands Dagblad: “De “goedmensen” en schreeuwers, díé hoor je. Zij bepalen het debat in Nederland. De heel grote middengroep van mensen met angsten én mededogen hoor je niet.”

Toen ik een jaar geleden minister werd, viel mij op dat onze drang om de nuances weg te poetsen en de ruimte die we zo extremen geven, het integratiedossier behoorlijk in de weg zitten. We hebben de aandacht verloren van waar het eigenlijk om gaat: mensen die hier in ons land mogen blijven, zo goed mogelijk mee laten doen. Daar is iedereen bij gebaat. Het is een overkoepelend belang.

Dan heeft het geen zin om cijfers weg te poetsen. Neem de recente cijfers over Syrische vluchtelingen: 42 procent is psychisch ongezond. En dat is natuurlijk niet verwonderlijk, na de traumatische ervaringen in Syrië en tijdens hun vlucht. Daarnaast geeft 12 procent aan een betaalde baan te hebben. Het overgrote deel daarvan man.

Dat leert ons allereerst dat het extra inspanning zal vragen, van iedereen, om voor hen werk te zoeken. Maar het laat ons ook zien dat er nog veel potentie is, vooral ook onder de groep vrouwen.

Laten we geen boter op ons hoofd hebben: ook de overheid heeft die eendimensionale bril opgehad, bijvoorbeeld door vluchtelingen te vaak als flat character te zien: ls slachtoffer, die niet in staat is om meteen mee te doen. Daarmee doe je mensen niet alleen te kort, je schiet ook jezelf in de voet. En uiteindelijk ontstaat er een self-fulfilling prophecy. Want als je te lang wordt weggezet als slachtoffer, is de kans dat je zelfredzaam wordt klein.

Een vluchteling is geen flat character, maar heeft vele persoonlijkheden en loyaliteiten. Van harde werker tot aan rouwende moeder, van aardige buurvrouw tot liefhebbende vader.

De afgelopen maanden heb ik veel gesprekken gevoerd met vluchtelingen, onder andere over het nieuwe inburgeringsstelsel. Ik ben ook uitgenodigd door Vluchtelingenwerk. Ik vond dat werkbezoek heel waardevol.

Wat me toen opviel was de bereidheid en het ongeduld om aan de slag te gaan. “Waarom moet ik eerst de taal leren? Dat doe je toch juist als je aan het werk bent?” Dat vroeg een technicus uit Syrië toen aan mij in Utrecht.

Het is een hele logische vraag, maar toch zit deze man vast in een kip-ei verhaal, net als veel andere mensen.

3. Nieuwe plannen

Daarom wil ik het inburgeringsbeleid radicaal anders aanpakken. Het doel is dat nieuwkomers meteen aan het werk gaan en ondertussen de taal leren, met taalles vanaf dag 1.

Niemand is meteen zelfredzaam. Nieuwkomers worden zelfredzaam als we hen die kans geven, met de juiste begeleiding.

Voor iedere nieuwkomer zal inburgering anders zijn. Er bestaat geen handboek: zo burger je in. Daarom gaan gemeenten voor alle inburgeraars een individueel plan maken. Daarnaast krijgen nieuwkomers veel begeleiding.

Dat betekent dat gemeenten in de eerste periode voor statushouders zaken als huur en kosten voor verzekeringen vanuit de bijstand gaan betalen. Die begeleiding is ook nodig als het gaat om het leren van de taal. Een taal die we niet kennen is een afgesloten fort, zei Marcel Proust. Maar als je de taal niet kent, ben je ook afgesloten van de samenleving.

Je kunt niet verwachten van mensen die de taal niet kennen, dat ze meteen zelfredzaam genoeg zijn om kwalitatief goede taalles te vinden, in een samenleving waar de deur nog dicht staat, juist omdat ze de taal niet spreken. We kennen allemaal die mooie tekeningen van Escher, van die man die maar rondjes loopt op een oneindige trap. Dit is precies hetzelfde, alleen dan een stuk minder fraai!

Daarom geef ik gemeenten nu een sturende rol in het vinden van goed taalonderwijs, bijvoorbeeld door lessen in te kopen. In het nieuwe inburgeringsstelsel stellen we hogere taaleisen aan inburgeraars. Momenteel is het vereiste niveau A2. Dat wordt B1 omdat dit de kans op een baan vergroot. Ook voor nieuwkomers die een minder hoog taalniveau halen, is alles erop gericht dat ze zo snel mogelijk zelfredzaam worden.

Werk is daarbij het sleutelwoord. Niet alleen omdat een betaalde baan je economisch zelfstandig maakt. Een baan is ook een springplank, juist omdat je met anderen in contact komt. En het geeft je leven structuur.

Dorine, en alle collega’s van Vluchtelingenwerk, ik wil jullie heel erg bedanken voor het meedenken bij deze nieuwe plannen en voor jullie goede werk. En natuurlijk voor het kritisch blijven.

Dorine, ik wens je veel succes in je nieuwe functie als managing director van de Goede Doelen Loterijen. En ik ben tegelijk benieuwd naar de vele gezichten van jouw opvolger.

Liefst natuurlijk met net iets meer Jekylls dan Hydes!

Dank u wel!

Links: Dorine Manson. Rechts: Minister Koolmees tijdens de speech.

Foto's: Martijn Schruijer.