Den Haag,
04
oktober
2018
|
15:35
Europe/Amsterdam

Speech minister Koolmees op het Jaarcongres van de Pensioenfederatie

Samenvatting

Minister Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid gaf vandaag een speech op het Jaarcongres van de Pensionefederatie, de overkoepelende belangenbehartiger van bijna alle Nederlandse pensioenfondsen. Hij zei daar optimistisch te zijn over de gesprekken met sociale partners de hervorming van het pensioenstelsel. Koolmees: "Het kabinet kiest voor het behoud van de sterke kanten van ons pensioenstelsel. Met een solide en solidaire AOW voor iedereen én een aanvullend pensioen voor zoveel mogelijk werkende Nederlanders, werknemers en zzp’ers. Dat betekent een robuust pensioenstelsel. We houden vast aan de sterke elementen en kiezen voor veranderingen om het stelsel rechtvaardiger te maken, transparanter, persoonlijker en beter aan te laten sluiten bij de arbeidsmarkt van de eenentwintigste eeuw." De minister wees er ook op dat het kunstmatig verhogen van de rekenrente niet goed is voor het vertrouwen in het pensioenstelsel. Tot slot kon de minister melden dat Kick van der Pol, scheidend voorzitter van de Pensioenfederatie, door Zijne Majesteit de Koning benoemd wordt tot Officier in de Orde van Oranje-Nassau.

Dames en heren,

Laat ik met de deur in huis vallen: ik kan hier nog geen pensioenakkoord aankondigen. Dat is geen nieuws, maar ik dacht: als ik er zelf niet over begin, dan vraagt Eva Kuit er straks wel naar!

Ik begrijp dat u benieuwd bent wanneer we nou eindelijk overeenstemming op hoofdlijnen hebben, maar tijdens de formatie heb ik gemerkt dat je soms maar beter niets kunt zeggen. Om het proces niet te verstoren. Als er dan wordt gevraagd hoe het met de onderhandelingen gaat, dan zeg je zoiets als: “We gaan vooruit!” of “Er wordt constructief gesproken!”

Zeker, dat zijn weinigzeggende antwoorden, maar als u me nu vraagt naar mijn gesprekken met sociale partners over de toekomst van het pensioenstelsel, dan kan ik niet anders antwoorden dan: “We gaan vooruit!” en “Er wordt constructief gesproken!” Dat zegt niet zo heel veel, maar er is geen woord aan gelogen, want er wórdt echt constructief gesproken.

Transparantie is voor mij een kernbegrip als het om pensioenen gaat, maar, om informateur Gerrit Zalm te parafraseren, “als je zeker wilt zijn dat er géén pensioenakkoord komt, dan is transparantie een oplossing.”

Ik kan u wel vertellen dat kabinet en sociale partners zich verantwoordelijk voelen. We hebben met elkaar één van de beste pensioenstelsels van de wereld opgebouwd, en voelen ons verantwoordelijk om er ook samen voor te zorgen dat we één van de beste pensioenstelsel van de wereld houden. Wat de Pensioenfederatie betreft zelfs hét beste van de wereld. “Hoe krijgen we Nederland weer op één?” is uw motto vandaag, uw ambitieuze motto.

Internationaal scoort ons pensioenstelsel nog steeds hoog, maar in eigen land is het vertrouwen lager dan gewenst. Vóór de dotcomcrisis en de kredietcrisis hadden veel Nederlanders nog het geruste gevoel dat hun pensioen een zekerheid zonder zorgen was. Een mythe, een misverstand. Door de crises kwamen ze er tot hun schrik achter dat hun pensioen minder gegarandeerd is dan gedacht, niet vanzelfsprekend geïndexeerd wordt, en in het uiterste geval zelfs gekort kan worden.

Dat kwam hard aan. Nederland werd zich er pijnlijk van bewust dat het pensioen niet alleen gevoelig is voor vergrijzing, maar ook voor langdurig lage rente en turbulentie op de internationale financiële markten.

Er is sindsdien geweldig veel gebeurd om het pensioenstelsel structureel te versterken en de houdbaarheid van het pensioencontract te vergroten. Met het overstappen van eindloon naar middelloon en het afschaffen van de VUT, met het verhogen van de pensioenleeftijd, het verbeteren van het FTK, het verhelderen van de pensioencommunicatie en het versterken van de governance.

Maar u kent de oude wijsheid: vertrouwen komt te voet en gaat te paard. Het vertrouwen is niet van de ene op de andere dag terug te winnen. Vooral niet omdat het verlies van vertrouwen hier en daar is doorgeschoten; is omgeslagen in wantrouwen.

Sommige ouderen vragen zich af of ze ooit nog kunnen rekenen op indexatie. Sommige jongeren vragen zich of er nog wel geld in de (collectieve) pensioenpot zit als zij straks met pensioen gaan. Die zorgen leven. Wij moeten alles op alles zetten om ongegronde zorg en onterechte angst weg te nemen. Door deelnemers een realistisch beeld te geven van hun pensioen. Door duidelijk te maken dat we het in Nederland zo hebben geregeld dat er waarborgen zijn om te voorkómen dat pensioenfondsen omvallen en jonge premiebetalers in de toekomst een lege pensioenpot vinden.

Het ‘kunstmatig’ verhogen van de rekenrente is zeker níét goed voor het vertrouwen in het stelsel. Tot mijn verbazing las ik gisteren weer dat er nog steeds fondsdirecteuren zijn die het als dé oplossing zien. Ik begrijp dat het goed uitkomt: als bij toverslag gaan de dekkingsgraden omhoog en ontstaat er op papier meer ruimte voor indexatie, maar de rekening wordt dan wel doorgeschoven naar de toekomst. Op zo’n uitgangspunt kun je geen toekomstbestendig stelsel bouwen. Meer perspectief op indexatie? Ja, zeker, maar wel op een verantwoorde manier.

Het is tijd voor concrete maatregelen om het stelsel toekomstgericht te versterken en daarmee te voorkomen dat het stelsel verzwakt en het draagvlak langzaam afkalft. Het is tijd voor een stelsel dat beter past bij de arbeidsmarkt van de eenentwintigste eeuw, meer perspectief biedt op indexatie, en kan rekenen op het vertrouwen van oud en jong.

Aanpassing van het stelsel van aanvullend pensioen, een nieuw pensioencontract, is in de allereerste plaats de verantwoordelijkheid van sociale partners.

Zo zijn de rollen nou eenmaal verdeeld: sociale partners zijn primair verantwoordelijk voor het pensioen als arbeidsvoorwaarde; pensioenfondsen en verzekeraars zijn verantwoordelijk voor het beheer en het beleggen van het hun toevertrouwde pensioenvermogen; de overheid heeft een faciliterende, kaderstellende en waarborgende rol.

We hebben allemaal onze eigen verantwoordelijkheid, maar samen delen we de verantwoordelijkheid om het stelsel solide en stabiel te houden.

Het kabinet kiest voor het behoud van de sterke kanten van ons pensioenstelsel. Met een solide en solidaire AOW voor iedereen én een aanvullend pensioen voor zoveel mogelijk werkende Nederlanders, werknemers en zzp’ers.

Dat betekent een robuust pensioenstelsel

  • met behoud van collectieve uitvoering, die het mogelijk maakt om de kosten laag te houden;
  • met behoud van de verplichtstelling, die ervoor zorgt dat de overgrote meerderheid van de werknemers pensioen opbouwt;
  • met behoud van een risicodeling, die garandeert dat je pensioen een levenslange uitkering blijft, hoe lang je ook leeft;
  • met behoud van een evenwichtige belangenbehartiging, die zorgt voor een eerlijke verdeling van lusten en lasten over de generaties.

Deze bijeenkomst leek mij een goede gelegenheid om dat eens te benadrukken. Want als we het hebben over de toekomst van het pensioen, dan hebben we het vaak over veranderingen en niet zo vaak over wat onveranderd blijft. Daardoor kan er een verkeerd beeld ontstaan, alsof alles wankelt. En dat is dus niet zo.

We houden vast aan de sterke elementen en kiezen voor veranderingen om het stelsel rechtvaardiger te maken, transparanter, persoonlijker en beter aan te laten sluiten bij de arbeidsmarkt van de eenentwintigste eeuw. Het huidige systeem is niet gebouwd op een arbeidsmarkt waar mensen vaak van baan en beroep veranderen, en vaker als zzp’er werken.

In het regeerakkoord heeft u kunnen lezen dat het kabinet het pensioenstelsel sámen met sociale partners wil hervormen en wacht op een advies van de SER over een nieuw pensioencontract. Dat staat nog steeds. We wachten op het advies en willen het samen met sociale partners doen.

In de tussentijd zitten we natuurlijk niet stil en werken we, samen met de sector, stevig door aan verdere verbeteringen. Drie voorbeelden:

  1. Vanaf 1 januari 2019 mogen – waardeoverdracht – kleine pensioenen automatisch worden samengevoegd tot één groter pensioen.
  2. We zetten later dat jaar ook een nieuwe stap vooruit in de pensioencommunicatie. Mensen krijgen via www.mijnpensioenoverzicht.nl meer inzicht in het pensioen dat ze kunnen verwachten; er wordt dan – naast het bekende UPO-bedrag – ook een optimistisch en een pessimistisch scenario gepresenteerd.
  3. Volgend jaar kom ik ook met een wetsvoorstel om te regelen dat pensioenrechten na een echtscheiding automatisch worden verdeeld over de ex-partners. Tenzij de gescheiden partners de pensioenuitvoerder laten weten dat ze afzien van de verdeling of een andere afspraak willen maken.

Maar ik kan me voorstellen dat er hier mensen in de zaal zitten die vérder willen, die vinden dat er wel wat meer vaart mag worden gemaakt met een pensioendeal.

Ik ken dat gevoel… Vooral omdat ik weet dat we na het maken van afspraken (op hoofdlijnen) ook nog tijd nodig hebben voor de benodigde wetgeving, de parlementaire behandeling, de praktische uitvoering.

De tijd begint dus wel een beetje te dringen, maar ik ben als onderhandelaar bij de formatie van dit kabinet misschien wel de láátste om te mopperen over het tempo in de polder: wíj kwamen er pas uit na de langste formatie sinds de Tweede Wereldoorlog.

Het kóst tijd. Het ís complex. Misschien wel lastiger dan het formeren van een kabinet van vier partijen.

De formatie van dit kabinet heeft me ook geleerd wát dat van betrokken partijen vraagt. Je komt er niet uit als je allemaal onwrikbaar vasthoudt aan je eigen gelijk.

Ik zou er wel wat meer over kunnen vertellen, maar sorry, het lijkt me verstandiger om het hier te laten bij de antwoorden die ik journalisten ook al een tijdje geef: We zijn in gesprek! Ik blijf optimistisch!

Dames en heren, tot slot nog even iets anders.

Honderd jaar geleden werd er voor het eerst een vrouw in de Tweede Kamer gekozen. Nederlandse vrouwen hadden in 1918 nog geen actief kiesrecht, maar mochten wel verkiesbaar worden gesteld. Suze Groeneweg was het eerste vrouwelijke Tweede Kamerlid. Een eeuw later is de man-vrouwverhouding nog steeds niet gelijk. Eén op de drie Kamerleden is vrouw.

Als ik met mijn collega’s in het kabinet om tafel zit, zie ik dat de verhoudingen daar iets anders zijn: drie van de vier ministers zijn vrouw. Tenminste, als ik naar mijn partijgenoten van D66 kijk!

Ook in de pensioenwereld gaat het op dit gebied maar stapvoets vooruit. Hier in de zaal zien we wat de stand van zaken nu is. Nog altijd hebben vier op de tien pensioenfondsen geen vrouw in het bestuur. Zes op de tien hebben geen jongere bestuurders. Dat vraagt om meer vaart achter een broodnodige inhaalslag. Ik ben blij dat de Pensioenfederatie meer diversiteit stimuleert en zelf ook het goede voorbeeld geeft, met de voorzitterswisseling.

Ik wil deze gelegenheid graag gebruiken om de nieuwe voorzitter – mevrouw Rambaran Mishre – veel succes te wensen en de vertrekkende voorzitter te bedanken voor zijn verdienstelijke werk.

Tien jaar geleden werd Kick van der Pol gevraagd om de drie toenmalige koepels van ondernemings- beroeps en bedrijfstakpensioenfondsen (respectievelijk OPF, UvB en VB) samen te laten smelten tot één nieuwe koepel, en, toen dat gelukt was, om voorzitter te worden van die nieuwe Pensioenfederatie. Onder zijn voorzitterschap is de Pensioenfederatie uitgegroeid tot een krachtige koepelorganisatie, een gezaghebbende gesprekspartner namens de pensioensector.

Op het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid hebben we Kick van der Pol leren kennen als een betrokken bestuurder met een brede blik. Niet alleen op pensioengebied, maar op het hele terrein van arbeid en sociale zekerheid. Als voorzitter van De Baliegroep, als voorzitter van Boaborea en OVAL, als bestuurslid van VNO-NCW zette hij zich steeds weer in voor goed en gezond werk, duurzame inzetbaarheid, een inclusieve arbeidsmarkt. Juist op ons ministerie weten we dat het dáár om draait: het gaat er niet alleen om dat we mensen in staat stellen om een goed pensioen op te bouwen, het gaat er ook om dat we mensen in staat stellen om dat pensioen gezond werkend te halen.

Op verzoek van het ministerie van Financiën zette Kick van der Pol zich ook in om ASR, dat in 2008, tijdens de kredietcrisis, als onderdeel van Fortis werd genationaliseerd, weer op koers te krijgen en klaar te maken voor een terugkeer naar de beurs. Met oog voor een evenwichtige balans tussen de belangen van de Nederlandse belastingbetaler aan de ene kant en de belangen van het personeel en de klanten van ASR aan de andere kant.

Kick, ik zou hier nog wel een tijdje door kunnen gaan met dat indrukwekkende cv van je. Van je lidmaatschap van de Bankraad van De Nederlandsche Bank tot je lidmaatschap van het iets minder bekende, maar wel befaamde, Abraham Kuyper Genootschap – samen met VU-genoot Gerrit Zalm. Van je werk voor de VPRO tot je werk voor de Stichting Doen en de Nationale Goede Doelen Loterijen.

Maar laat ik me beperken tot de essentie. Wij hebben je leren kennen, en waarderen je, als een verbinder met een visie, als een betrokken bestuurder, een betrokken burger, met tijd en aandacht voor vrijwilligerswerk. Jij hebt je, zoals dat dan heet, ingespannen ten bate van de samenleving, met werkzaamheden die voor de samenleving een bijzondere waarde hebben.

Het is me dan ook een eer en genoegen om hier te mogen zeggen dat het Zijne Majesteit de Koning heeft behaagd om Kick van der Pol te benoemen tot Officier in de Orde van Oranje-Nassau.