Den Haag,
20
mei
2020
|
14:56
Europe/Amsterdam

Toelichting minister Koolmees bij tweede economisch noodpakket

Samenvatting

Minister Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid lichtte, samen met minister Wiebes van Economische Zaken en Klimaat en minister Hoekstra van Financiën, het tweede noodpakket voor banen en economie toe.

Gesproken woord telt.

Dames en heren,

Nederland bevindt zich vanaf maart jl. in een nieuwe werkelijkheid – ook economisch. Dankzij de inspanning van 17 miljoen Nederlanders lijkt het virus vooralsnog redelijk onder controle. Maar onze manier van leven,

werken en ondernemen is op zijn kop gezet.

Inmiddels is ook duidelijk: het gaat langer duren dan we hadden gehoopt. Het is geen sprint, maar een duurloop. Dat vraagt veel van ons uithoudingsvermogen – ook economisch.

In Nederland loopt gelukkig niemand zo’n race alleen. We hebben een veerkrachtig stelsel om op terug te vallen, waaronder een stevig stelsel van sociale voorzieningen.

De overheid doet in deze uitzonderlijke tijd alles wat mogelijk is om te helpen de klappen op te vangen, en werkgelegenheid te behouden.

Met dat hoofddoel kwam het kabinet in maart met een economisch noodpakket. Met regelingen om werkgelegenheid en inkomens te beschermen. Daaronder de loontegemoetkoming NOW, de overbrugging TOZO voor zelfstandigen, en verschillende liquiditeitsmaatregelen voor bedrijven.

Dit noodpakket voorzag de afgelopen maanden in een grote behoefte. Zo’n 1,8 miljoen werknemers vallen inmiddels onder de NOW, en 350.000 mensen hebben TOZO aangevraagd.

Dit noodpakket loopt nu bijna af – op het moment dat we de eerste uitbraakfase van het virus voorbij zijn, en de samenleving

stap voor stap meer ruimte krijgt.

Maar de situatie is nog lang niet normaal. Sommige ondernemers kunnen weliswaar de draad weer oppakken, maar een groot deel moet de handrem er nog op houden. En sommige bedrijven blijven nog langer dicht. Dat betekent dat de noodzaak aan ondersteuning ook blijft.

We hebben inmiddels ook de cijfers gezien van het CPB en het CBS, en vandaag die van het UWV. Die laten aan duidelijkheid niets te wensen over. De realiteit is dat de economie zich beweegt richting recessie en groeiende werkloosheid.

Het kabinet heeft tegen deze achtergrond besloten om het noodpakket te verlengen met nog eens 3 maanden.

Het hoofddoel blijft hetzelfde: werkgelegenheid en inkomens beschermen. Maar wel met een aantal aanpassingen, die horen bij de nieuwe fase waarin we zijn beland. In die fase moet ook het aanpassingsvermogen van de economie meer ruimte krijgen.

Wat betekent dat concreet, voor de regelingen die onder mijn verantwoordelijkheid vallen?

Voor de verlengde NOW-regeling betekent dit:

  1. Er komen aanpassingen om seizoensbedrijven en hun werknemers beter tegemoet te komen.
  2. Er komt een verruiming: de opslag voor niet-loonkosten wordt verhoogd (van 30% naar 40% van het subsidiebedrag);
  3. Er komt ook een extra voorwaarde: een bedrijf dat in 2020 van de regeling gebruik maakt, mag in dat jaar geen dividend of bonussen uitkeren;
  4. En wat betreft de correctie op de subsidie in geval van ontslag: die blijft bestaan, maar wordt verlaagd (was 150 % van het salaris, wordt 100%).
  5. Verder zullen aan werkgevers eisen worden gesteld op het gebied van om- en bijscholing van hun werknemers.

Deze verlenging van de NOW regeling met drie maanden betekent wederom een fors budgettair beslag van circa 10 miljard euro.

Ik zou hier graag nader ingaan op het punt van scholing. We moeten realistisch zijn: we gaan een nieuwe fase in. Daarbij hoort scholing.

We moeten mensen zo veel mogelijk in staat stellen zich nu opnieuw te oriënteren, zodat ze beter toegerust zijn voor de arbeidsmarkt van straks.

Werkgevers, werknemers, overheid, we spelen hier allemaal een rol. Het is een gedeelde verantwoordelijkheid. Ik wil de sociale partners dan ook aansporen hier ook hun rol te pakken. Daarom zullen we werkgevers die de komende maanden NOW aanvragen, verplichten om hun werknemers te stimuleren om aan bij- en omscholing te doen.

Daar bestaan natuurlijk al potjes en voorzieningen voor – denk aan het O&O-fonds. Er is de SLIM-regeling. Maar het kabinet komt nu ook met een aanvullend crisisscholingsprogramma

‘’Nederland leert door’’. We investeren daar 50 miljoen euro in voor de komende maanden.

‘Nederland leert door’ is vooral bedoeld voor mensen die als gevolg van de coronacrisis moeten worden geholpen om ergens anders aan de slag te gaan. Details worden nu uitgewerkt, de inzet is dat ‘’Nederland leert door’’ in juli van start kan gaan. Dat is belangrijk. In de huidige fase van aanpassing zie ik scholing als essentieel element van flankerend beleid. Want scholing werkt.

Tot slot nog over de tijdelijke noodregeling voor zelfstandigen: ‘TOZO’. Ook deze wordt met drie maanden verlengd. Tot eind augustus

kunnen zelfstandig ondernemers hun Tozo-uitkering verlengen - of er een aanvragen. De regeling houdt vast aan de versoepelde voorwaarden uit TOZO-1. Dan heb ik het over de vermogenstoets, de levensvatbaarheid van de onderneming, en de kostendelersnorm.

Er verandert echter ook iets. Het inkomen van de partner

gaat bij TOZO-2 wel meetellen voor het bepalen van de hoogte van de uitkering.

In de volgende fase zullen huishoudens met een inkomen onder het sociaal minimum dus gewoon aanspraak houden op financiële bijstand voor levensonderhoud. En ook de mogelijkheid om een lening aan te vragen voor bedrijfskrediet blijft bestaan.

Met de verlenging van deze tijdelijke regeling is naar verwachting nog eens 1,1 miljard Euro gemoeid voor de komende drie maanden.

Met deze verlenging – en aanpassingen – blijft het kabinet inzetten op maximaal baanbehoud, bieden we vangnet waar nodig, en creëren we tegelijkertijd ruimte voor aanpassing. We moeten daarbij reëel zijn. Er komt, ook met dit steunpakket, een zware tijd aan, met ontslagen en faillissementen. Sommig werk komt voorlopig niet terug. Het herstel kan in sommige sectoren wel een tijd duren.

Ook in deze nieuwe fase geldt: de overheid doet wat kan en wat nodig is.

Mijn oproep is dan ook om de komende maanden goed te gebruiken, zodat we in de nieuwe situatie samen kunnen blijven werken aan onze economische veerkracht.

Dank u wel.