Den Haag,
05
juni
2019
|
12:38
Europe/Amsterdam

Toespraak Koolmees bij principeakkoord pensioen

Woensdagochtend gaf minister Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid een toespraak bij de presentatie van de voorstellen van werkgeversorganisaties, vakbonden, de SER en het kabinet voor vernieuwing van het pensioenstelsel.

Dames en heren,

Het is ons gelukt. We hebben een principeakkoord gesloten, een evenwichtig pensioenakkoord. Een akkoord dat past in de rijke traditie van de polder.

Door samen te werken hebben we één van de beste pensioenstelsels van de wereld opgebouwd; nu hebben wij met elkaar besloten om het te verbeteren, te vernieuwen, zodat het één van de beste pensioenstelsels van de wereld kan blijven.

Na járen van denken, discussiëren, dubben, gaan we nu doen wat we niet langer voor ons uit kunnen schuiven. In constructieve samenwerking. Met concrete voorstellen. Gericht op een koopkrachtiger pensioen, dat past bij de moderne arbeidsmarkt en leidt tot een persoonlijker en transparanter pensioen.

Dit pensioenakkoord biedt perspectief. Voor oud en jong.

  • Gepensioneerde werknemers krijgen – vaak na járen zonder indexatie – weer zicht op pensioenen die omhoog gaan.
  • Jongere werknemers bouwen straks méér pensioen op voor een gelijke premie. De verouderde doorsneesystematiek wordt vervangen door een eerlijker systeem. Iedereen, jong en oud, krijgt straks een pensioen dat past bij de ingelegde premie.
  • Oudere werknemers met zwaar werk krijgen meer mogelijkheden om ander, minder zwaar werk te gaan doen of eerder met pensioen te gaan. De AOW-leeftijd gaat voor iedereen langzamer omhoog.
  • Jongere generaties zien de AOW-leeftijd in de toekomst ook minder snel stijgen. We zetten een streep door de wettelijke regel dat één jaar langer leven één jaar later AOW betekent.

Ik ben méér dan tevreden – misschien wel een beetje trots – dat het ons is gelukt om er samen uit te komen. Met goede, gemeenschappelijke afspraken over de AOW-leeftijd en een toekomstbestendig pensioenstelsel.

Ik wil hier graag mijn waardering uitspreken voor de voorzitters van vakcentrales en werkgeversorganisaties die hun verantwoordelijkheid hebben genomen. Grote waardering ook voor mevrouw Hamer, voorzitter van de Socaal-Economische Raad, maar ook doorzetter van de Soicaal-Economische Raad.

We krijgen vandaag het ontwerp-SER-advies waar we lang naar hebben uitgekeken en dat we, wat mij betreft, nu snel gaan uitvoeren.

Bij de modernisering van het pensioenstelsel staat voorop dat het gebeurt met behoud van de sterke elementen. Met behoud van de AOW als solide en solidaire basis voor alle Nederlanders. En met behoud van het aanvullende pensioen waarvoor bijna alle werknemers – verplicht en collectief – geld opzij leggen bij een pensioenfonds.

Wat gaat er veranderen?

De eerste verandering is fundamenteel en logisch. Nu is het bij pensioenfondsen zo dat iedereen evenveel procent van het loon aan premie betaalt en daar evenveel procent pensioen mee opbouwt. Dat heet de doorsneesystematiek. Dit lijkt op het eerste oog eerlijk, maar pakt in de praktijk vaak anders uit. Ouderen profiteren er meer van dan jongeren. Dat was vroeger niet zo’n probleem, maar knelt nu steeds meer. Het past niet meer bij de moderne arbeidsmarkt.

We gaan het daarom voor álle leeftijden eerlijker maken. De premie blijft voor iedereen gelijk, maar de pensioenopbouw die je ervoor krijgt, wordt afhankelijk van je leeftijd. Hoe langer je premiegeld kan groeien, kan renderen, hoe meer pensioenopbouw je krijgt. Daarmee voorkómen we chagrijn en scheve ogen tussen generaties.

Deze verandering is complex en moet zorgvuldig worden voorbereid en evenwichtig worden uitgevoerd.

De tweede fundamentele verandering is het aanpassen van het pensioencontract. Kabinet en sociale partners willen graag een modern pensioencontract, een realistischer contract. Geen contract dat verwachtingen wekt die onvoldoende waargemaakt kunnen worden, maar nieuwe contracten, die soepeler met de economie meebewegen, waardoor pensioenen ook sneller verhoogd kunnen worden als het economisch en financieel meezit. En, daar moeten we er natuurlijk wel eerlijk over zijn, waardoor ze ook eerder verlaagd moeten worden als het tegenzit. Contracten die minder beloven, maar meer waarmaken.

Met het akkoord kiezen we voor twee gelijkwaardige pensioencontracten, waaruit sociale partners in cao’s zelf kunnen kiezen welke het best past: het nieuw te ontwikkelen contract, een premieregeling met uitgebreide risicodeling, of de bestaande verbeterde premieregeling, met persoonlijk pensioenvermogen in de opbouwfase en collectiviteit in de uitkeringsfase, die breder toegankelijk wordt, ook voor de bedrijfstakfondsen.

In de overgang naar het nieuwe stelsel wil het kabinet voorkómen dat pensioenfondsen met een dekkingsgraad boven de 100 procent moeten korten. Daarvoor worden de kortingsregels aangepast. Dat geeft rust en verkleint de kans op het verlagen van pensioenen volgend jaar en het jaar daarna.

Een kleinere, maar voor veel mensen wel interessante verandering is het invoeren van een nieuwe individuele keuzevrijheid: de mogelijkheid om bij pensionering maximaal tien procent van het pensioen in één keer op te nemen. Om de hypotheek af te lossen, het huis te verduurzamen of direct na de pensionering een droomreis te maken. Dat is een persoonlijke keuze die hoort bij een pensioen van deze tijd.

Tot slot, een belangrijk onderwerp: de zware beroepen en de AOW-leeftijd.

Werkende Nederlanders moeten goed gezond en goed geschoold hun pensioen kunnen halen. Dat is essentieel voor vakbeweging, voor werkgevers en voor de samenleving als geheel. Daarom ben ik ook blij dat we hier samen een stevige mix aan maatregelen kunnen aankondigen. Centraal of in cao’s geregeld. Met meer kansen om tijdig over te stappen naar ander, minder zwaar werk of eerder met pensioen te gaan.

Werkgevers en werknemers krijgen de ruimte om daar samen afspraken over te maken. Ook de financiële ruimte.

De AOW-leeftijd gaat minder snel omhoog. Eerst minder snel naar 67 jaar en daarna minder snel verder: als de gemiddelde levensverwachting in de toekomst met één jaar stijgt, dan stijgt de AOW-leeftijd met acht maanden. De stijging van de AOW-leeftijd gaat dus langzamer, maar gaat wel door. We leven gemiddeld nu eenmaal langer en gezonder dan in de dagen van Drees en hebben ook te maken met vergrijzing.

Dames en heren,

Vanaf dag één heb ik me als minister ingezet voor de noodzakelijke vernieuwing van het pensioenstelsel, waarover al tien jaar wordt gediscussieerd. Ik vind het bijzonder dat ik hier vandaag samen met de voorzitter van de SER en de voorzitters van vakbonden en werkgeversorganisaties kan zeggen: het heeft even geduurd, maar het is ons gelukt.

Met dit akkoord laten SER en sociale partners zich van hun beste kant zien. Met oog voor de belangen van hun achterban en, ontzettend belangrijk, oog voor het algemeen belang. Samen maken we ons sterk voor een solide en solidair pensioenstelsel waar oud en jong op kunnen vertrouwen.

We zijn een eind gekomen, maar we zijn er nog niet. We staan nu voor de volgende klus. Om zo breed mogelijke steun te krijgen – ik ben dan ook zeer verheugd dat Lodewijk Asscher (PvdA) en Jesse Klaver (GroenLinks) hun steun hebben uitgesproken en heb er vertrouwen in dat de achterbannen van vakcentrales en werkgeversorganisatie dat ook zullen doen – en om onze afspraken uit te werken en in de praktijk uit te voeren. Samen met parlement, polder, pensioenwereld, ouderen, jongeren, met iedereen die zich sterk maakt voor een fatsoenlijk pensioen.

Dus: handen uit de mouwen en samen aan de slag.