Den Haag,
03
oktober
2018
|
20:14
Europe/Amsterdam

Toespraak staatssecretaris Van Ark op het congres van Deurwaarders Collectief Nederland

Samenvatting

“Het is ontzettend belangrijk dat er steun is voor mensen die echt hulp nodig hebben, op een manier die geen afbreuk doet aan het rechtvaardigheidsgevoel van andere mensen.” Dat zei staatssecretaris Tamara van Ark vanmiddag in haar toespraak op het jaarsymposium van het Deurwaarders Collectief Nederland in Nijkerk.

In haar toespraak ging Van Ark in de volle breedte in op het schuldenbeleid. Ze onderstreepte het belang van samenwerking tussen betrokken instanties en professionals, en van preventie en ‘vroegsignalering’. Mijn allerhoogste prioriteit is voorkomen dat mensen in de problematische schulden terechtkomen of dat schuldenproblemen uit de hand lopen. Laat daarover geen twijfel bestaan. Zelfs kleine schulden en betalingsachterstanden kunnen al snel zodanig escaleren dat mensen tot over hun oren in de problemen komen.”

Dames en Heren,

Laat ik u aan het eind van dit jaarsymposium eens meenemen van Nijkerk naar Rotterdam. Naar een nieuwbouwproject aan de Laan op Zuid om precies te zijn. Straten daar worden vernoemd naar de hoofdpersonages uit de roman Karakter uit 1938 van Ferdinand Borderwijk (1884-1965): deurwaarder Arend Barend Dreverhaven en diens buitenechtelijke zoon Jacob Willem Katadreuffe.

De roman en hoofdpersonen symboliseren volgens de ‘straatnamenbedenker’ (oud-lid van de stratencommissie Rien Vroegindeweij) het karakter van het Rotterdam van die tijd. De oude binnenstad wordt geplaagd door armoede. De grote depressie heeft er stevig huisgehouden.

Dreverhaven trekt alles uit de kast bij het innen van schulden. Hij zet mensen rücksichtslos op straat. Het doel heiligt daarbij de middelen, ook als die soms de grens van het ongeoorloofde overschrijden. Voor empathie en contact met schuldenaren is geen plaats.

De naamkeuze leidt dan ook tot stevige discussie. NRC polst begin dit jaar (26 januari) de meningen en kopt: ‘Vernoemen van een straat naar een deurwaarder is niet verstandig’.

Dreverhaven ging langs de huizen van schuldenaren in het Rotterdam van net voor de oorlog

We zijn nu tachtig jaar verder.

Toch zijn er wel enkele overeenkomsten.

Toen kenden we de grote depressie. Nu zijn we net uit de grootste economische crisis sindsdien gekomen, een crisis die ons nog heel goed op het netvlies staat. Toen gingen veel mensen gebukt onder problematische schulden. En nog steeds is dat zo. In Rotterdam, in Nijkerk, overal in Nederland. In totaal 1,4 miljoen huishoudens hebben problematische schulden of lopen het risico daarop.

Maar overall ziet de wereld er nu natuurlijk heel anders uit en zijn de verschillen met 1938 groot.

Nederland is heel veel welvarender dan toen. We leven in een informatiemaatschappij.

We kijken anders tegen schulden aan. Er zijn meer middelen en instrumenten om problematische schulden te voorkomen en mensen met schulden te helpen. We weten veel meer van het effect van schulden op het gedrag van mensen en de beslissingen die ze nemen.

En bovenal: als Dreverhaven al exemplarisch was voor de beroepsgroep anno 1938, dan is hij dat zeker niet voor deurwaarders anno 2018.

De moderne deurwaarder laat zijn sociale gezicht zien. Hij legt contact en beseft dat mensen vaak in problemen komen door dingen die ons allemaal kunnen overkomen. Verlies van werk of gezondheid bijvoorbeeld. Of een scheiding. Of een samenloop van omstandigheden.

Dat is belangrijk. Dat besef. Het is belangrijk dat je je als deurwaarder, bewindvoerder, schuldhulpverlener of welke functie in de ‘schuldenketen’ dan ook, kan verplaatsen in iemand bij wie het allemaal tegenzit.

Die dag in dag uit worstelt met financiële stress.

Die het ene gat met het andere vult.

Die van ontkenning naar ontkenning hobbelt, omdat de werkelijkheid zó uitzichtloos lijkt, dat je haar liever niet ziet.

Die rekeningen steeds vaker ongeopend laat, steeds minder de deur uitkomt, steeds verder in sociaal isolement wegzakt.

Wiens kinderen niet naar verjaardagen gaan of op een sportvereniging zitten omdat er geen geld is voor een cadeautje of contributie.

Iemand die verstrikt raakt in het web van wat ik maar even de drie ’S-Woorden’ noem: schulden, schande, schaamte.

Want zo gaat dat. Mensen ervaren schulden vaak als schande. Ze schamen zich ervoor. En iets waarvoor je je schaamt, daar loop je niet mee te koop. Dat probeer je achter de voordeur te houden. Mensen met schulden voelen zich vaak schuldig. Het voert te ver om hier in te gaan op de sociaal-culturele wortels, maar duidelijk is dat dit diep zit ingebakken.

Dat was in 1938 zo.

En (daar ben ik dan weer bij een overeenkomst met toen): dat is nog steeds zo.

Het is belangrijk dat voor ogen te hebben. Als professional verderop in de keten, zoals deurwaarders, maar zeker eerder ook eerder in de keten, zoals invorderingsmedewerkers van woningcorporaties, zorgverzekeraars of gemeenten.

Maar het is ook belangrijk goed voor ogen te hebben dat er andere kanten zitten aan de schuldenproblematiek.

Het is een breed en gelaagd fenomeen.

Ten eerste spelen bij schulden uiteenlopende belangen die een zorgvuldige afweging vereisen. De belangen van de schuldenaar, de schuldeiser én niet te vergeten het maatschappelijk belang.

Het gevaar van een financiële kettingreactie ligt op de loer. De schuld van de een is immers de vordering van de ander. Die door wanbetaling zelf in problemen kan raken en niet meer aan zijn financiële verplichtingen kan voldoen. Niet alle schuldeisers kunnen uitvallende inkomsten zomaar opvangen. Het gaat zeker niet altijd om grote bedrijven met voldoende reserves, maar ook om kleine bedrijfjes en eenmanszaken.

Wat betreft publieke schuldeisers, zoals de Belastingdienst, moeten we verder beseffen dat het dan gaat om publieke vorderingen.

Belasting- en premiegeld is van en voor ons allemaal. Het wordt door iedereen opgebracht, ook door mensen die zelf alleen door goed opletten de eindjes aan elkaar kunnen knopen.

Ten slotte is niet altijd alles wat het lijkt.

Mensen kunnen door pech of ongelukkige samenloop van omstandigheden in schulden belanden. Daar ging ik al op in en dat is vaak het geval.

Maar er kan ook sprake zijn van verwijtbaar gedrag, onwil of zelfs fraude. De cliënt van de deurwaarder die niet wil betalen en bij wijze van spreken zegt niks te hebben. Dat hoef ik u hier niet te vertellen. U kent de praktijk.

Ik vind het essentieel al deze facetten in het schuldenbeleid mee te wegen.

Het is ontzettend belangrijk dat er steun is voor mensen die echt hulp nodig hebben, op een manier die geen afbreuk doet aan het rechtvaardigheidsgevoel van andere mensen.

Het gaat om de juiste balans, proportie en maatvoering.

Empathisch qua grondhouding, hard waar nodig.

Dames en Heren.

Maar mijn allerhoogste prioriteit is voorkomen dat mensen in de problematische schulden terechtkomen of dat schuldenproblemen uit de hand lopen. Laat daarover geen twijfel bestaan. Zelfs kleine schulden en betalingsachterstanden kunnen al snel zodanig escaleren dat mensen tot over hun oren in de problemen komen.

Dat levert uiteindelijk alleen maar verliezers op. Problemen komen ook nog eens zelden alleen. Mensen in problematische schulden kampen vaak ook met andere problemen, bijvoorbeeld qua werk en gezondheid. Daardoor raken ze in een neerwaartse spiraal. Dat zorgt voor veel persoonlijk leed, gederfde inkomsten bij schuldeisers en maatschappelijke kosten.

Omgekeerd betekent succesvolle preventie en vroegsignalering van schulden een win-win-situatie. Ik kan het niet genoeg benadrukken: voorkomen is beter dan genezen.

Maar het is helaas een illusie te denken dat we alle onheil kunnen voorkomen. Mensen zijn vrij om (financiële) keuzes te maken, ook al zijn dit soms niet de meest verstandige; signalen kunnen worden gemist; de uitwisseling van gegevens stuit op privacy grenzen; taboes bij veel mensen zijn hardnekkig.

En als er vroegtijdig wordt gesignaleerd, dan moeten mensen er ook voor openstaan en ingaan op een vroeg hulpaanbod. Hulp laat zich niet opdringen.

Belanden mensen onverhoopt in een volgende (schuld)fase, dan moeten ze kunnen vertrouwen op kwalitatief goede hulpverlening.

Voor goede preventie, vroegsignalering en dienstverlening bij problematische schulden, is een gezamenlijke, brede aanpak noodzakelijk. Het Rijk, gemeenten en schuldeisers zetten zich daarvoor in.

Daarom is het gemengde gezelschap in deze zaal ook zo mooi; iedereen heeft op enigerlei wijze met de schuldenproblematiek te maken, vanuit zijn eigen werk en invalshoek, maar we doen het allemaal wel voor dezelfde persoon met schulden.

Dat vraagt samenwerking tussen u zoals u daar zit én nog heel veel andere partijen; schulden komen immers zelden alleen.

Het vraagt ook dat we elkaar het licht in de ogen gunnen en soms ook bereid zijn een stapje opzij te doen.

Als coördinerend bewindspersoon schulden zit ik er bovenop. Ik leg verbindingen en faciliteer partijen waar mogelijk. Dat is de bijdrage die ik vanuit Den Haag kan en wil leveren.

Onze gezamenlijke ambities heb ik neergelegd in het actieplan brede schuldenaanpak. Dit plan heb ik op 22 mei naar de Tweede Kamer gestuurd.

Het actieplan brede schuldenaanpak zie ik als een belangrijk eerste stadium. Samen zetten we nu onze schouders eronder om de maatregelen uit te voeren en stappen voorwaarts te zetten om zo onze ambitie – meer mensen uit een uitzichtloze schuldensituatie helpen - waar te maken.

De maatregelen zijn gericht op alle aspecten van de schuldenproblematiek: preventie, schuldenoploop tegengaan, effectievere dienstverlening en komen tot een zorgvuldige en verantwoorde incasso.

Daarbij kijken we ook kritisch naar de rol van de overheid zelf.

Inmiddels lopen er op al deze terreinen maatregelen of zijn er initiatieven genomen; in totaal meer dan 40.

Laat ik er hier op één in het bijzonder ingaan, omdat die speciaal in het programma voor deze dag is genoemd, namelijk het onderzoek naar wet- en regelgeving en uitvoeringsbeleid op het gebied van het invorderen van schulden door rijksoverheidsorganisaties en een onderzoek naar de effecten van bijzondere incassobevoegdheden en overheidspreferenties op schuldenaren, schuldhulpverlening en schuldeisers.

De onderzoeken zijn op 28 juni aan de Tweede Kamer gezonden en vormen belangrijke input voor nadere invulling van de Rijksincassovisie. Daar hecht ik veel belang aan. Niet voor niets heb ik gezegd dat we ook kritisch kijken naar de rol van de overheid zelf.

Ik vind het daarbij belangrijk om tot een evenwichtig incassoproces te komen, waarbij steeds een afweging gemaakt moet worden tussen maatwerk en een effectief en doelmatig proces.

Afschaffen van de bijzondere incassobevoegdheden en de preferenties acht ik daarvoor niet noodzakelijk en het leidt waarschijnlijk ook tot hogere (uitvoerings)kosten.

Het vraagt wel om gerichtere inzet van deze bevoegdheden.

Daarom benutten we beide onderzoeken om te komen tot een zorgvuldige en maatschappelijk verantwoorde incasso, waarbij meer rekening wordt gehouden met de omstandigheden van de schuldenaar.

Daartoe lopen onder meer gesprekken met de 6 grote overheidsorganisaties (UWV, SVB, Belastingdienst, CJIB, CAK en DUO). In het najaar zal ik de Tweede Kamer rapporteren over de voortgang daarvan.

Dames en Heren.

Om vanuit Den Haag goed te kunnen verbinden en ondersteunen, is het ontzettend belangrijk de praktijk goed op het netvlies te hebben.

Daarom ga ik veel op werkbezoek. En luister ik naar mensen die in problematische schulden zitten, zodat ik door hun verhalen een goed beeld krijg van hun wereld.

Een wereld die voor zoveel Nederlanders een ver-van-mijn-bed-show lijkt, maar zomaar dagelijkse werkelijkheid kan worden.

Op een Dreverhaven die op je deur bonkt, zit je dan niet te wachten.

Wel op professionals en instanties die zich inzetten en helpen je financiële problemen op te lossen. Op goede hulpverlening dus.

Die hulpverlening kunnen we verder verbeteren door een gezamenlijke inzet. Door met elkaar het gesprek te voeren.

En door, zoals hier vandaag in Nijkerk, kennis te verdiepen en ervaringen uit te wisselen.

Hartelijk dank voor uw aandacht.