Den Haag,
23
mei
2019
|
15:24
Europe/Amsterdam

Toespraak Van Ark op voorjaarscongres Divosa

Eerder vanmiddag sprak staatssecretaris Van Ark in Leeuwarden op het voorjaarscongres ("It kin wol! Maak het verschil") van Divosa, de vereniging van gemeentelijk directeuren in het sociaal domein. In haar toespraak ging ze uitgebreid in op "Het Breed Offensief" en de brief die ze daarover vanochtend naar de Tweede Kamer heeft gestuurd (zie bericht onder de rubriek Nieuws). In bredere zin vergeleek ze de sociale zekerheid met een schip. "Wij bevinden ons in de machinekamer, met de belangrijke taak de passagiers veilig op de plaats van bestemming te brengen."

{Gesproken woord telt}

Dames en heren.

Mooi om hier te zijn. Met zoveel beleidsmakers, vertegenwoordigers van betrokken instanties en professionals uit de praktijk bij elkaar.

Het is ook een goed moment om hier nu te zijn.

Allereerst omdat dit voorjaarscongres een extra feestelijk tintje heeft, vanwege het 85-jarig jubileum. Erik Dannenberg ging er zojuist al uitgebreid op in. Ik wil Divosa en al haar medewerkers van harte feliciteren. Haal je als mens de 85, dan heet dat een zeer respectabele leeftijd. Ik vind dat dit ook voor organisaties geldt.

Het is ook een goed moment omdat ik vanochtend een brief naar de Tweede Kamer heb gestuurd waarin ik de stand van zaken schets rond de uitwerking van “Het Breed Offensief”.

Zoals u weet wil ik met deze brede agenda de arbeidsmarktkansen vergroten voor mensen met een beperking. Zodat ze makkelijker aan het werk komen én blijven. Belangrijk uitgangspunt daarbij is dat het voor werkgevers simpeler moet worden om mensen met een beperking in dienst te nemen en houden, en voor werknemers zelf werk altijd moet lonen.

Door werkgevers te “ontzorgen” én door werk lonend te maken, kunnen we resultaat boeken. Wat dat tweede punt betreft is trouwens recent Divosa onderzoek (meer alleenstaande ouders uit de bijstand) er een mooi voorbeeld van dat het lonend maken van werk helpt!

“Het Breed Offensief” zie ik nadrukkelijk als een gezamenlijk project. Van het kabinet, gemeenten, UWV, de mensen zelf (werkzoekenden en werknemers en hun vertegenwoordigers), arbeidsmarktregio’s, werkgevers. Van u en van mij. We moeten deze weg echt samen gaan. Goede samenwerking is van cruciaal belang. Een offensief zet je samen in en niet alleen. Pas dan heb je kans slagen.

Samen optrekken is gelukkig ook de “natuurlijke modus” voor partijen die de missie delen om meer mensen met een beperking blijvend aan het werk te helpen.

Maar dat gaat niet vanzelf. Belangrijk daarbij is dat we toegaan naar de mensen om wie het gaat. Je moet hen kennen, je moet matches tot stand brengen tussen werknemers met een beperking en werkgevers, je moet maatwerk leveren. Dat kan alleen maar als je dichtbij de mensen werkt. Het draait zogezegd om nabijheid.

Dat besef leeft gelukkig al langer. Ik herinner me een Divosa-congres uit 2007 met als thema “eropaf”. Het staat me bij dat ik daar hoorde dat leraren op de basisschool al konden zien welke leerlingen later waarschijnlijk een beroep zouden doen op een uitkering.

Als je dat ziet, kun je ook goed individuele maatregelen nemen. Ik wil het hier graag wat breder trekken dan alleen “Het Breed Offensief”, namelijk naar de sociale zekerheid en het hele sociale domein.

Met meer persoonlijk contact slaan we vijf vliegen in één klap:

  • We denken mee met de participatie en ontwikkeling van mensen.

  • We kunnen problemen vroegtijdig signaleren en daardoor erger (zoals problematische schulden) voorkomen.

  • Door mensen te kennen, krijgen we zicht op hun situatie en kunnen we integraal ondersteunen. Mensen in de uitkering hebben regelmatig problemen op meerdere leefgebieden (Wmo, schulden, jeugdzorg en wonen).

  • We bevorderen integratie: 52% van de mensen in de bijstand heeft een niet-westerse migratieachtergrond, ten opzichte van 14% binnen de hele bevolking van 15 tot 65 jaar.

  • En alleen al vanwege het contact zijn we beter in staat oneigenlijk gebruik en misbruik beter te signaleren.

Kortom, als je niemand langs de kant wil laten staan, moet je echt naar mensen toekomen. En investeren in mensen levert ook forse maatschappelijke baten op.

Die opvatting delen we. Maar in praktijk gaat het helaas nog wel eens mis. Zonder die bij naam te noemen, hoorde ik laatst een gemeente vol trots vertellen dat men nieuw beleid heeft: dat men nu iedere bijstandsgerechtigde één keer per anderhalf jaar ziet. Om het eens met understatement te zeggen: dat moet echt wat beter. Dit lokt wel de vraag uit: leveren we ook financieel bij?

Omgekeerd houdt Divosa mij ook scherp. Ik weet dat u (Divosa) het niet in alles met mij eens bent. Of laat ik het zo formuleren: ik beschouw u als een partner in kritisch nadenken. Ik herinner me het congres in Den Bosch vorig jaar. Erik Dannenberg liet een foto zien van een busje aan de verkeerde kant van de weg met daarop “Loondispensatie: Ga Terug”.

Dat was een pittig statement, maar wel met een boodschap: we delen het doel, dus we blijven aan tafel. Dat is bijzonder en daar heb ik waardering voor. Partners die een missie delen, mogen elkaar scherp houden. Sterker nog, moeten elkaar scherp houden. Dat ga ik zeker niet uit de weg.

Dat geldt ook voor de stevige discussie die we met elkaar hebben over de financiën. Daarbij gaat het niet alleen om de hoeveelheid geld, maar ook of er geen verkeerde prikkels zitten in de middelen om mensen met een arbeidsbeperking aan de slag te helpen.

Waar het echter uiteindelijk om gaat, is dat we onderaan de streep samen verder komen. Een stapje vooruitzetten. Constructieve kritiek draagt daaraan bij.

Dat stapjes zetten, dat blijft voortdurend nodig.

Eindresultaat boek je niet van vandaag op morgen. De inclusieve arbeidsmarkt bereik je alleen met veel geduld en doorzettingsvermogen. We hebben een eerste stap gezet in de goede richting. We hebben samen met cliënten en de Landelijke Cliëntenraad hard gewerkt aan een thema waar iedereen wat aan heeft.

Maar er moet nog veel gebeuren. Het is, om Angela Merkel aan te halen, een zaak van “Politik der kleinen Schritte”. En trouwens, de inclusieve arbeidsmarkt van de toekomst vereist ook onderhoud om hem zo te houden. Ook dan blijven dus stapjes nodig. Tijd en omstandigheden staan immers nooit stil.

Net zoals we voortdurend stapjes moeten zetten om de sociale zekerheid beschermend, activerend en eigentijds te houden.

Je zou die sociale zekerheid kunnen zien als een enorm schip. Met als brandstof de drive en inzet van al die toegewijde professionals en ruim 80 miljard euro per jaar.

Laat ik als optimistisch mens, met vertrouwen in de kracht van cliënten en professionals, dat schip niet de Titanic dopen. Dat zult u begrijpen. De Inclusie lijkt me een veel passender naam.

Als de sociale zekerheid een schip is, bevinden wij ons in de machinekamer, in het kloppend hart van het schip.

Vol met motoren, buizen, ventielen, tanks, pompen, tandwielkasten, meters, knoppen, hendels.

Daarbij past een zekere behoedzaamheid, zorgvuldige bediening en goed onderhoud. En dat vereist weer een professioneel team dat goed onderling samenwerkt.

Het gaat erom de passagiers veilig op de plaats van bestemming te brengen. Als we de machinerie goed smeren en op de juiste manier aan de knoppen draaien, gaat de motor echt soepel lopen.

Dan gaan we vooruit en kunnen we mensen goed helpen.

Dames en heren.

Laat ik tot slot nogmaals terugkomen op de brief over “Het Breed Offensief”. Daar hebben veel gemeenten actief over meegedacht. Dat vind ik belangrijk. Ik ben dan ook blij met het brede draagvlak.

Ik vond het heel belangrijk om die brief nu te versturen. Want ik weet dat bij velen de vraag leeft: hoe staan we ervoor? Gebrek aan zicht op de voortgang demotiveert. Dat snap ik heel goed.

Gunstige tussentijdse resultaten helpen daarentegen enorm. Het is goed dat ik met deze brief kan laten zien dat we voortgang maken. Het beeld is positief. Zo blijkt uit de laatste trendrapportage Banenafspraak van het UWV dat de trend bij het realiseren van extra banen positief is. En ook beschut werk kent een stijgende lijn.

Enkele knoppen waar we verder aan draaien zijn versterking en harmonisering van de inzet van job coaching en uniformer werken (loonwaardebepaling). Ook willen we ervoor zorgen dat werkgevers en werkzoekenden elkaar beter weten te vinden in de arbeidsmarktregio’s met passende ondersteuning van UWV en gemeenten.

Met het project “Simpel Switchen” willen we het bovendien voor mensen makkelijker en veiliger maken om stappen die ze in hun loopbaan kunnen zetten ook daadwerkelijk gaan zetten.

Daarvoor is het belangrijk waar mogelijk de drempels voor mensen om werk te aanvaarden weg te nemen en de overgangen tussen dagbesteding, beschut werk, banenafspraak en een reguliere baan te versoepelen. Ook in de weg terug als het even tegen zit.

In Divosa heb ik een partner gevonden die deze ambitie deelt en zich met mij wil inzetten om die waar te maken.

Heel concreet. Mensen moeten er wat mee opschieten, we moeten onzekerheden wegnemen. Dit is absoluut een sleutelonderdeel van “Het Breed Offensief”.

Ik vraag u allen verder mee te gaan op deze tocht. In dit “Breed Offensief”.

Met ruimte om elkaar scherp te houden.

Maar met altijd ons gezamenlijke doel voor ogen:

De inclusieve arbeidsmarkt.

En dan zeg ik met u: “it kin wol”.

Hartelijk dank voor uw aandacht.