Den Haag,
07
maart
2019
|
17:07
Europe/Amsterdam

Toespraak Van Ark over bestrijding kinderarmoede

"Armoede vreet in bij kinderen. Het laat ze alleen zijn in de groep. Daarom is het van belang dat ze wél meekunnen met dat schoolreisje, dat ze die fiets krijgen om mee naar school te gaan. Maar het is nog meer van belang dat we ze leren weerbaar te zijn tegen die uitsluiting. Dat ze armoede niet meenemen in het volwassen worden en weer doorgeven aan hun eigen kinderen." Dat zei staatssecretaris Van Ark vanmiddag in Haarlem op een feestelijke bijeenkomst ter gelegenheid van de start van Stichting Leergeld Haarlem-Zandvoort. In haar toespraak benadrukte ze hoe belangrijk het is dat het doorgeven van armoede daadwerkelijk stopt. Dat kan niet van vandaag op morgen, maar wel stap voor stap. En dat begint bij het opzoeken van de kinderen en samenwerking tussen overheid,  betrokken maatschappelijke organisaties en private partijen, aldus Van Ark.     

De toespraak van Van Ark was gebaseerd op onderstaande tekst.

Dames en heren. Goedemiddag.

Ontzettend fijn om hier te zijn. Het is een feestelijk moment. Mede dankzij een startbijdrage van de Rabobank Foundation en andere donateurs kon de Stichting Leergeld Haarlem-Zandvoort van start gaan. Vandaag vieren we dat. Bijzonder is ook de zeer intensieve samenwerking met het Jeugdfonds Sport en Cultuur (gezamenlijk bestuur). Ik ben heel blij met deze jonge loot aan de boom van plaatselijke samenwerking op het terrein van armoedebestrijding.

Ik kan het belang van samenwerking niet genoeg benadrukken. Samenwerking is heel hard nodig om echt iets te doen aan schulden.

Om echt iets te doen aan armoede.

Armoede onder volwassenen én onder kinderen.

Om dus iets te doen aan een probleem dat eigenlijk niet zou mogen bestaan in een welvarend land als Nederland, maar dat wél bestaat.

Dat ook buitengewoon hardnekkig is.

En helaas ook omvangrijk: één op de negen kinderen leeft in een gezin dat het niet breed heeft.

Kortom, een groot maatschappelijke probleem dat vraagt om brede maatschappelijk inspanning en samenwerking.

Als ik het heb over samenwerking, dan heb ik het over samenwerking op verschillende niveaus.

Op landelijk niveau. Tussen de rijksoverheid, gemeenten en maatschappelijke partijen, tussen maatschappelijk partijen onderling en tussen maatschappelijke en private partijen.

Maar dan heb ik het zeker ook over zulke samenwerking op lokaal niveau. Want daar moet het uiteindelijk gebeuren. Daar moeten mensen tastbare steun krijgen. Zodat ze hun leven (weer) op de rails krijgen.

En niet te vergeten: hun kinderen gewoon kunnen meedoen en perspectief hebben op een goede toekomst. Want zeker armoede onder kinderen is extra schrijnend omdat kinderen geen invloed kunnen hebben op hun gezinssituatie, de oorzaken en oplossingen van armoede.

Armoede onder kinderen heeft niet alleen een negatief effect op de levensloop van kinderen maar ook op hun kansen. Hun ontwikkeling wordt belemmerd, talenten niet optimaal benut.

Daarmee draagt armoede onder kinderen ook bij aan verscherping van een tweedeling in de maatschappij.

Laat ik dat wat concreter maken.

Op korte termijn zorgt opgroeien in armoede er bijvoorbeeld voor dat er geen geld is voor ontbijt, een fiets of computer of dat kinderen geen lid kunnen worden van een sportclub.

Met andere woorden: kinderen kunnen niet maatschappelijk meedoen zoals andere kinderen in hun omgeving.

Dat heeft nare gevolgen. Op de langere termijn lopen deze kinderen een grotere kans op onder meer fysieke en psychische problemen. Ze belanden daardoor sneller in een sociaal isolement en doen het slechter op school. Gevolg daarvan is weer dat ze later als volwassene een grotere kans hebben op een leven in armoede, aldus o.a. de SER (2017).

Ook de Kinderombudsman heeft in haar rapport ‘alle kinderen kansrijk’ aan de hand van interviews onder kinderen geïllustreerd dat armoede kinderen op vele levensgebieden kan raken. Thuis is er vaker sprake van materiële en emotionele achterstand en buitenshuis vaker sprake van onveiligheid, uitsluiting en problemen op school.

Het zal duidelijk zijn.

We moeten als samenleving alles doen om dit tegen te gaan en alle kinderen de kansen te bieden die ze verdienen.

Ik vind het sociaal onaanvaardbaar als we te weinig oog hebben voor kinderen die het in hun jonge leven minder getroffen hebben. Ik vind het moreel verwerpelijk onverschilligheid te tonen of weg te kijken.

Het is ook van groot maatschappelijk belang dat niet te doen. Kinderen die door armoede nu niet mee kunnen doen, dragen later relatief minder bij en doen relatief meer beroep op bijvoorbeeld sociale zekerheid en zorg.

Dat gezegd hebbende, benadruk ik dat je armoede onder kinderen niet top down vanuit Den Haag, niet vanuit landelijke burelen simpel met een druk op de knop kan oplossen.

 

 

Ik zou het dolgraag willen, van de daken schreeuwen: we helpen kinderarmoede Nederland uit, om te beginnen vanuit Den Haag.

Maar dit is geen kwestie van management laat staan victory by speech.

De slag tegen kinderarmoede moet lokaal worden gevoerd. Armoedebestrijding krijgt concreet vorm in de streken en regio’s, in de buurten en wijken, in de dorpen en steden van Nederland. Van Appingedam tot Terneuzen, van Heerlen tot Den Helder en van Winterswijk tot Haarlem en Zandvoort.

Maar zonder financiële middelen geen afdoende toegeruste troepen. Daarom is het ook zo ontzettend mooi om te zien dat private partijen inspringen, zoals hier in Haarlem en Zandvoort.

En daarom trekt het kabinet, afgezien van algemene maatregelen om armoede onder gezinnen tegen te gaan, sinds 2017 jaarlijks € 100 mln. extra uit om de armoede onder kinderen aan te pakken. Zodat ook als er thuis weinig geld is, kinderen toch mee kunnen doen, met sport, muziek of een schooluitje.

Gemeenten zijn lokaal verantwoordelijk voor het armoedebeleid en krijgen het grootste deel van het geld, € 85 mln. De rest van de middelen gaat naar de vier landelijke armoedepartijen (Stichting Jarige Job, Jeugdfonds Sport en Cultuur, Stichting Leergeld en Nationaal Fonds Kinderhulp) verenigd onder de naam Sam& (€ 10 mln) en naar projecten gericht op kinderen in arme gezinnen, zowel in Europees Nederland als in Caribisch Nederland (€5 mln).

De vier armoedepartijen spelen een belangrijke rol als aanvulling op het lokale armoedebeleid. Door hun werkwijzen en lokale samenwerking kunnen zij veel kinderen bereiken met voorzieningen in natura. Uit een tussenevaluatie uit 2018 blijkt dat zij intensief samenwerken, zowel landelijk als op lokaal niveau, en het afgelopen jaar meer kinderen hebben bereikt.

Een voorbeeld is het online platform Sam& waar ouders en professionals per gemeente kunnen zien welke voorzieningen beschikbaar zijn voor kinderen die opgroeien in armoede.

Maar helaas bereiken we nog steeds niet alle kinderen in armoede.

Schaamte speelt daarbij een grote rol. Ouders en kinderen willen er niet mee te koop lopen dat zij financiële problemen hebben. Dat snap ik heel goed. Maar toch zou ik hen willen oproepen: financiële sores kunnen iedereen overkomen. Stap over je schroom heen en maak gebruik van de voorzieningen die er zijn. De toekomst is het waard.

Afgezien van die schaamte speelt ook mee dat kinderen uit gezinnen met werkende ouders met een laag inkomen een moeilijk bereikbare groep zijn. Ze weten vaak ook niet dat er ook voor hen een aanbod beschikbaar is.

Juist daarom is intensieve lokale samenwerking als hier in Haarlem en Zandvoort ook zo belangrijk. U kunt uiteraard het beste het thema kinderarmoede plaatselijk onder de aandacht brengen, zorgen voor meer bekendheid van lokale regelingen en het bereik daarvan onder arme kinderen verder vergroten.

Ik dank u daar heel hartelijk voor en wens u heel veel succes.