Den Haag,
16
mei
2019
|
12:23
Europe/Amsterdam

Van Ark bij Jaarconferentie Sociaal Werk Nederland

Samenvatting

Staatssecretaris van Ark sprak op 15 mei bij de Jaarconferentie Sociaal werk over hoe professionals in de wijk maatwerk kunnen leveren voor gezinnen met complexe problemen. Hieronder de volledige speech.

[Gesproken woord telt]

Goedemiddag allemaal!

Geweldig om hier aanwezig te zijn vandaag.

Ik zie een zaal met veel vertrouwde gezichten.

Eén daarvan is die van Erik van der Burg, jullie nieuwe voorzitter.

Zoals jullie misschien weten, kennen Erik en ik elkaar al wat langer dan vandaag.

Als jullie het niet erg vinden, laat ik de voor-de-hand liggende grappen over onze gezamenlijke passie achterwege…

Maar ik heb misschien wel een leuk verhaal over Erik. Want als je me vraagt ‘Wat is nu typisch Erik’ dan denk ik als eerste aan een pondje verse paling

Ik zal jullie vertellen waarom.

Toen Erik stadsdeelwethouder was, had hij vlak voor de kerst mensen gevraagd om een wens in een Kerstboom te hangen.

En hij had daarbij plechtig beloofd alle wensen persoonlijk te vervullen.

In die boom vond hij de mooiste wensen.

Nee, geen villa of Ferrari.

Het waren wensen in de trant van ‘een ritje in de zijspan’ tot aan ‘Doe mij maar een pondje paling’.

…dat pondje paling is Erik dan ook hoogstpersoonlijk komen bezorgen.

Het zijn kleine dingen die een wereld van verschil kunnen maken, maar dat hoef ik jullie niet te vertellen.

Sociaal werkers bezorgen pondjes paling bij de vleet.

Figuurlijk dan, naast al jullie andere werk

Werk dat van cruciaal belang is bij het voorkomen van armoede en schulden, en het signaleren en aanpakken van problemen in de wijk.

En dan heb ik het óók over problemen die hogerhand zijn ontstaan --- door overheidsorganisaties of uitvoeringsorganisaties.

Sjef, Sociaal werker van het jaar 2018, verwoordde dat onlangs heel mooi in een interview.

Hij zei: “Het werk op microniveau, aan de keukentafel van Henk, is belangrijk en noodzakelijk. Maar daarna is het je taak als sociaal werker om je te verenigen en de problemen die je structureel ziet te vertalen en adresseren bij gemeenten, politiek en de wereld. Als jij voor de tiende keer dezelfde onleesbare brief van de gemeente voor een cliënt aan het vertalen bent, is het tijd om bij het betreffende gemeenteloket aan te kloppen en te zorgen dat die brief anders opgeschreven wordt.”

Dit zijn hele goede en bruikbare signalen, waar de overheid en de politiek naar moet luisteren.

Als je schuldeiser bent, moet je het goede voorbeeld geven.

Juist als overheid. Dat staat nu ook letterlijk in het regeerakkoord.

Maar we luisteren ook naar andere signalen.

Mede door het advies van Sociaal Werk zal de Belastingdienst vanaf volgend jaar geen overheidsvorderingen toepassen bij mensen met problematische schulden.

Jullie signaalfunctie is dus erg belangrijk.

Opgave

Ik heb veel respect voor al het werk dat jullie verrichten. Maar ik zie tegelijk dat jullie voor een enorm lastige opgave staan. Het is een opgave waar ik vandaag bij wil stilstaan, juist omdat het zo raakt aan de thema’s die jullie en ik erg belangrijk vinden: het voorkomen van armoede en schulden, en het helpen van gezinnen met complexe problemen.

Hoe lastig de opgave van een sociaal werker is, heb ik met eigen ogen gezien toen ik meeliep met een sociaal regisseur in Zoetermeer.

De Haagsche zwartwit realiteit verdween als sneeuw voor de zon.

De realiteit van de wijk is namelijk vooral grijs, met veel dilemma’s.

Tijdens een van de bezoeken kwamen we bij een woning, waar naast moeder en kinderen, ook de vader aanwezig was… en het leek of hij er zo ongeveer permanent logeerde... terwijl hij op papier toch echt ergens anders woonde.

Dat mag natuurlijk niet.

Maar, zo vertelde de vader ons, hij deed het om een oogje in het zeil te houden van zijn kinderen.

In het bestwil van zijn kinderen.

En ik zag met eigen ogen dat de positie van die kinderen erg kwetsbaar was. Hier was duidelijk sprake van fraude, maar tegelijk óók van een complexe zorgvraag.

En dat is precies het grijze gebied waar ik het over heb, en waarop jullie moeten acteren.

Dat is niet eenvoudig.

Huidige situatie

Jullie krijgen te maken met complexe, meervoudige zorgvragen.

Of zoals dat in jargon heet: multiproblematiek.

En juist als mensen meerdere problemen hebben, kan het mis gaan.

Niet alleen omdat een interventie geschikt voor het ene domein, problemen in het andere domein kan verergeren. Als spinnen in het web moeten jullie schakelen tussen heel veel verschillende partijen. En die onderlinge samenwerking en afstemming tussen die partijen gaat niet altijd goed.

De publicatie Doen Wat Nodig Is laat heel goed zien welke barrières er zijn voor sociaal werkers om – heel letterlijk - ‘te doen wat nodig is’. Het rapport gaat in op de ondersteuningsparadox. Of nog wat sprekender: ‘het-van-de-regen-in-de-drup-effect. Het systeem is namelijk als geheel versnipperd. En daardoor legt dat systeem zo extra barrières op, in plaats van mensen te helpen. Ik denk dat de machinerie van bovenaf echt beter moet, zodat jullie beter je werk kunnen doen. Hier ligt zeer zeker een handschoen om op te pakken voor de politiek. Want als de achterhoede de zaakjes niet op orde heeft, dan heeft de frontlinie daar last van.

Er is een situatie bekend waarin niet minder dan 48 hulpverleners betrokken waren bij één man. Bij elkaar kostte dat 268.000 euro. Het probleem bleek te herleiden tot een schuld van 6.000 euro.

Hulpverleners met de beste bedoelingen helpen zo uiteindelijk niemand en dat is frustrerend voor iedereen!

Een bijkomend probleem is dat je als professional ongelofelijk veel ziet, maar je tegelijkertijd maar al te vaak of te lang op je handen moet zitten. Afwijken van het gangbare is vaak uit den boze. Daardoor komt hulp vaak te laat. Bijvoorbeeld als het gaat om het signaleren van schulden. Wat je bijvoorbeeld ziet is dat het wijkteam pas hoort over problemen, als het al helemaal uit de klauwen gelopen is. Dan gaat het niet meer om betaalachterstanden maar om problematische schulden.

Kort gezegd, er is werk aan de winkel.

 

Hoe verbeter je de positie van de professional

Ik wil heel graag de positie van de professional versterken. Het afgelopen jaar hebben Rijkspartners, onder andere samen met jullie, verkend wat wij als Rijk kunnen doen, zodat lokale professionals beter maatwerk kunnen leveren.

Die verkenning heeft geleid tot een pakket aan concrete plannen: een tweejarig programma, met als doel de professional, de sociaal werker, beter in positie te krijgen. Die positie is belangrijk, omdat je dan beter en sneller maatwerk kan leveren aan huishoudens met complexe problemen.

Ik wil dat professionals nog beter getraind worden in het maken van integrale afwegingen en het herkennen van situaties die vragen om maatwerk. Het is daarbij van groot belang dat opleidingen verder professionaliseren. En dat die opleidingen de studenten dezelfde uitgangspunten meegeven. Uit een eerdere ambtelijke verkenning, blijkt dat die uitgangspunten lang niet eenduidig zijn. Soms staat vertrouwen voorop, soms wantrouwen en de behoefte aan controle. Gelukkig zie ik mooie ontwikkelingen als het gaat om opleidingen voor de sociaal werkers.

Natuurlijk kan je niet overal eenduidig in zijn. Dat laat het voorval van de Zoetermeerse vader ook zien. Soms moet je the stick hanteren, soms the carrot. En soms alle twee. Maar laten wij het wel met elkaar hebben over een meer eenduidige lijn bij de manier waarop hulpverleners inwoners met problemen benaderen.

Ik wil die discussie graag faciliteren met een campagneachtige aanpak. Ik hoop van harte dat wij daarbij ook een beroep mogen doen op jullie als professional.

Maatwerk leveren betekent ook de mogelijkheid om te anticiperen.

Want als je de situatie ziet escaleren, maar je op je handen moet zitten, dan is dat heel zuur. Bijvoorbeeld als er al een geschikte behandel-woonplek in beeld is, maar de financiering op zich laat wachten, omdat de wetgeving een waar doolhof is.

Ik vind het heel belangrijk dat jullie meer vertrouwen krijgen vanuit de top om af te wijken van de standaardwerkwijze.

Jullie verdienen daarbij meer beslissingsbevoegdheid en ook bestuurlijke back-up.

Onderdeel van het programma zou een zogenaamde ‘overkoepelende wettelijke afwijkingsbevoegdheid’ kunnen zijn. Ik ben dit verder aan het uitdenken. Zo’n bevoegdheid is een instrument dat professionals expliciet toestemming geeft om maatwerkoplossingen toe te passen voor complexe multiprobleem-huishoudens.

Ik wil jullie positie ook versterken als het gaat gaan om jullie rol als regisseur bij spoedeisende problemen. Stel je wilt een huisuitzetting voorkomen. Dan moet je snel schakelen om de juiste mensen om tafel te krijgen. Maar dat is vaak niet zo 1-2-3 geregeld. Een register van de belangrijkste casusregisseurs bij gemeenten en instanties zou een oplossing kunnen zijn.

Een belangrijk onderdeel van de plannen gaat om duidelijke rolverdeling en privacy. Je kunt immers alleen maar maatwerk leveren als de rollen duidelijk zijn en betrokkenen bereid en bevoegd zijn om informatie te delen en om maatwerk te leveren. De grenzen van wat mag zijn niet altijd even duidelijk; dat maakt jullie werk er niet eenvoudiger op. In het Programma Sociaal Domein werken landelijke partijen en gemeenten samen aan wetgeving om dit makkelijker te maken.

Belang van samenwerken

Dames en heren,

Een betere samenwerking is een belangrijke sleutel, niet alleen bij multiproblematiek, maar ook bijvoorbeeld specifiek bij het signaleren van schulden. Het gaat dan niet alleen om het tijdig sturen van gegevens over betaalachterstanden, maar ook om een goede samenwerking met woningcorporaties en energiebedrijven. Het is in ieders belang dat we er zo vroeg mogelijk bij zijn. Ik ben bezig met een wetswijziging die hierbij richting geeft. En ja, als we er vroeg bij willen zijn, moeten we óók een taboe doorbreken. De wetswijziging en de campagne zijn slechts twee onderdelen van het actieplan dat ik gestart ben om de schuldenproblematiek van verschillende kanten aan te pakken.

Samenwerken is ook belangrijk bij het bestrijden van kinderarmoede, een onderwerp dat mij heel na aan het hart gaat.

Geen kind zou in armoede op mogen groeien. En al helemaal niet in zo’n rijk land als Nederland.

Ik wil daarom dat ieder kind dat opgroeit in een gezin met een laag inkomen, kan meedoen, en dat het wordt bereikt met het gemeentelijke kinderarmoedebeleid. Met dit geld wil ik kinderen weerbaarder maken. Het gaat niet alleen om schoolspullen, maar ook om de juiste begeleiding.

Bij die begeleiding hebben jullie een cruciale rol. Als geen ander weten jullie wat er achter de voordeur speelt binnen gezinnen die in armoede leven. Hoe problemen zich opstapelen tot een uitzichtloze situatie, waarbij je niet op één knop kunt drukken en alles is opgelost. En als geen ander weten jullie welke stappen gezet moeten worden om toch weer perspectief te bieden.

Door een integrale aanpak kunnen instanties beter samenwerken en wordt jullie positie als spin in het web versterkt. Dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Het vormgeven van een integrale aanpak is vaak nog knap lastig. De VNG en Divosa werken in samenwerking met de Kinderombudsman, po-vo raad, en de ggd aan een handreiking integrale aanpak voor gemeenten.

Conclusie

Dames en heren, ik rond af.

Zojuist citeerde ik Sjef, sociaal werker van het jaar 2018. Ik eindig graag met de mooie woorden van Norbert, Sociaal Werker van het jaar 2019, die zich niet alleen wil inzetten voor een betere verbindingen tussen de ggz en de sociale wijkteams, maar ook voor meer trots.

In zijn woorden: “Ik wil uitdragen dat we professionals zijn, dat we hard werken en dat we trots mogen zijn op ons vak. Dit is niet iets wat je er zomaar even bijdoet. Ik heb dertig jaar ervaring en ben goed in mijn vak.”

Norbert, Sjef en alle anderen aanwezig vandaag: die trots deel ik graag met jullie.

Keep the good work up!

En ik blijf graag aangehaakt bij jullie professionele kijk en adviezen, ook als het gaat om de randvoorwaarden voor jullie eigen werk, zodat jullie – als sociaal werkers – kunnen doen wat nodig is.